Ga naar hoofdinhoud

Luister Live

Programma's

Select

Podcasts

Doe mee

Playlist

Updates

blijf verwonderd!

jazz

klassieke muziek

kunst & cultuur

Afbeelding van het programma: Fidelio

Fidelio

De Bekeerlinge in Opera Ballet Vlaanderen: een grand opéra van vandaag

klassieke muziek

vr 13 mei - 1:00

De Bekeerlinge in Opera Ballet Vlaanderen: een grand opéra van vandaag

(dit is de uitgeschreven versie van een audio-bespreking in Music Matters, te beluisteren onder de tekst)

De langverwachte, uitgebreid aangekondigde productie de Bekeerlinge is van start gegaan in OBV. Het is de wereldcreatie van een opera van Wim Henderickx gebaseerd op het gelijknamige boek van Stefan Hertmans.
Het premièrepubliek reageerde nog wat aarzelend na het eerste deel, de opera komt dan ook heel heftig binnen, maar aan het eind was het applaus overweldigend, vooral voor de makers: componist Wim Henderickx, librettist Kristian Lada maar ook voor dirigent Koen Kessels, protagoniste Lore Binon, en voor de schrijver Stefan Hertmans die wat onwennig mee het applaus in ontvangst nam. 

Het verhaal is gesitueerd in de 11e eeuw tijdens de eerste kruistochten. De christelijke Vigdis uit een voorname familie in Rouen beleeft een verboden liefde met de Joodse David. Hun liefde is onmogelijk, zeker in een tijd waarin opgeroepen wordt tot een Heilige Oorlog door de christenen. Het koppel vlucht zuidwaarts waar ze in Monieux belanden, een dorp in de Provence waar een Joodse gemeenschap leeft. Vigdis bekeert zich tot het Jodendom en gaat vanaf nu door het leven als Hamoutal. Een pogrom breekt uit in 1096 en David wordt gruwelijk omgebracht, hun twee kinderen worden door de kruisvaarders meegenomen. Vigdis blijft achter met een zuigeling die tijdens haar zwerftocht sterft. Ze heeft een aanbevelingsbrief op zak van de rabbijn van Monieux om bescherming te krijgen in synagogen want ze reist de kruisvaarders achterna op zoek naar haar kinderen. De brief is trouwens een authentiek document waarvan een foto te vinden is in de roman van Hertmans, evenals de volledige vertaalde tekst, die ook gezongen wordt in de opera door Rabbi Obadiah. Vigdis belandt in Cairo waar ze hertrouwt en nog een kind krijgt. Wanneer ze verneemt dat haar andere kinderen in Rouen zijn bij haar ouders, wil ze weer noordwaarts reizen. Dat doet ze via Spanje waar ze als ketter op een brandstapel belandt. Opnieuw snelt Rabbi Obadiah haar te hulp maar veel kan dat niet meer baten. Vigdis is een wrak, ze verliest haar vierde kind en haar verstand en eindigt verloederd in een grot in Monieux.

Het libretto van Kristian Lada volgt getrouw de roman maar het grote verschil is dat Vigdis een stem krijgt. In het boek beschrijft Hertmans rijkelijk haar innerlijke wereld, wat ze denkt en voelt, in het libretto spreekt ze uiteraard. De dialogen in het tekstboek zijn zeer poëtisch geschreven zowel in het Engels (de gezongen taal) als in het Nederlands. Er zit wellicht meer loutering in de opera dan in het boek, ook al is dat boek een soort liefdesverklaring van de schrijver Hertmans aan het personage Vigdis/Hamoutal die dankzij hem een nieuw leven krijgt in onze verbeelding. Dankzij de kracht van de muziek komt er nog een laag bij en wordt ook het onzegbare uitgedrukt.

In de partituur van Wim Henderickx komt de hele wereld binnen. De tijd van muzikale dogma’s is duidelijk voorbij: ook de Belgische meesters Kris Defoort en Jean-Luc Fafchamps die onlangs een opera in wereldpremière brachten, zijn niet bevreesd om andere genres en muziek uit vreemde culturen te integreren in hun partituur en daarbij ook formeel heel vrij te werk te gaan. In het geval van Wim Hendrickx bewonder ik de naadloze integratie in de orkestklank van exotische instrumenten zoals de ud (een soort luit), de qanun (een soort citer) en de duduk (een blaasinstrument). Dat valt vooral op tijdens de momenten dat de muziek als het ware tot stilstand komt bij de dromen en hallucinaties van Vigdis. Dat zijn de allermooiste momenten in de opera qua klankkleuren en vocaliteit. Knap is ook in dat verband het gebruik van elektro-akoestische klanken in surround. Het stadskoor waar veel om te doen was in de aankondiging van de nieuwe opera, is op een bepaald moment ook in het theater achterin het parterre opgesteld. Het gemeenschapsgevoel dat het stadskoor teweegbrengt, is een mooi aspect van deze productie. Ik mocht ervaren tot in de winkels in Antwerpen toe dat er in ’t stad over gesproken werd over de op til staande première. Iedereen Opera dus, iets wat de componist zeker beoogd heeft en waarin hij geslaagd is, ook al vraagt een bezoek aan de Bekeerlinge wel wat luisterbereidheid en voorbereiding, zonder de synopsis te lezen ben je al verloren.

De opera is geschreven met sopraan Lore Binon in gedachten als Vigdis, de bekeerlinge, en dat is een volmaakte keuze. Ze heeft geen grote operastem maar een lichte stem die toch over de orkestmassa heen klinkt. Wat een rust en overgave heeft deze vrouw in haar stem en lichaamstaal. Ze is bovendien vijf maand zwanger, een gelukkige toevalstreffer want Vigdis is zowat de hele tijd zwanger in het boek. De wat etherische uitstraling die we kennen van Lore Binon krijgt hier een nieuwe dimensie: ze klinkt ook onverzettelijk en krachtig, zeker wanneer ze als Hamoutal op de brandstapel haar christelijke God vervloekt. Haar David (Vincenzo Neri) is vocaal en fysiek een mooie tegenspeler. Hij vertolkt zoals de meeste zangers in deze productie verschillende rollen. Zo zien we hem terug in de gedaante van haar tweede echtgenoot in Cairo of als de kruisvaarder die haar tot de brandstapel veroordeelt. Een bijzonder mooi moment krijgen we van de charismatische zwarte zanger Luvuyo Mbundu als Rabbi Obadiah die de tekst uit de (authentieke) aanbevelingsbrief zingt op declamatorische toon boven bezwerende klanken in het orkest; De Spaanse tenor Daniel Arnaldos kruipt in ontzettend veel verschillende rollen in een minimum van tijd en is bijzonder overtuigend als de katholieke kwezelige priester.

De enscenering van plastisch kunstenaar Hans Op de Beeck wil -naar eigen zeggen- dienend zijn wat een lovenswaardig uitgangspunt is in tijden waarin regisseurs soms een beetje te veel de divo’s zijn in de operawereld. De quasi artisanale werkwijze met grote achtergronddoeken (prachtige afdrukken van aquarellen) die op en neergelaten worden aan de hand van katrollen aan beide kanten van het toneel, heeft iets van een middeleeuws blijspel. Een goede keuze is ook om de koorleden op te voeren als een soort ceremoniemeesters in sobere zwarte plunje terwijl de kostuums van de solisten kleurrijk zijn. Het ontdubbelen van de figuur Vigdis met een levensgrote, identiek uitziende pop maakt het mogelijk om de gruwelijkheden in het verhaal op een abstracte manier weer te geven die toch naar de keel grijpt. Helaas zijn allerlei attributen veel te omstandig aanwezig op het toneel en die zijn van een bizar anachronisme: een massa paraplu’s bijvoorbeeld, plantengieters, ventilatoren, vouwladders …. Waarom? Naar mijn gevoel zouden de zeer mooie achtergrondbeelden met wisselende belichting, de grote aanwezigheid van koorleden op het toneel, de knappe belichting en dito kostuums ruimschoots volstaan in deze enscenering, samen met een nog wat meer uitgekiende personenregie.

Niet alleen in het boek, ook in de opera, is de parallel treffend van die gewelddadige 11e eeuw met onze tijd: veel polarisering, haat tussen religieuze groeperingen, mensen op de vlucht, vrouwen als slachtoffer van misbruik. De mensheid leert niet bij. Gelukkig is er nog de kaddisj  aan het eind van deze opera, een Joods gebed voor vrede, genade, compassie en empathie, een aangrijpend slot in beeld en klank.

Sylvia Broeckaert

De Bekeerlinge nog tot 29 mei in OBV 

Meer zoals dit...

Blijf op de hoogte

Wil je wekelijks het beste uit de wereld van kunst en cultuur, klassieke, jazz- en wereldmuziek? Schrijf je in op onze nieuwsbrief!

Volg ons op
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Jobs

Privacy

Gebruiksvoorwaarden

Heb je een vraag?

Contact

Wedstrijdreglement

Logo UitInVlaanderenLogo Cim Internet