Ga naar hoofdinhoud

Luister Live

Programma's

Select

Podcasts

Doe mee

Playlist

Updates

blijf verwonderd!

jazz

klassieke muziek

kunst & cultuur

Afbeelding van het programma: Pompidou

Pompidou

Geestrijk als een kruik ouwe jenever

kunst & cultuur

wo 6 nov. - 11:55

Christophe Vekeman las 'De brandmeester' van Godfried Bomans, een verzameling van het beste werk van een grote meester.
De Brandmeester is een verzameling van Bomans zijn beste werk

De zevende schrijver die aan de beurt is in de kleine dundrukreeks van uitgeverij Van Oorschot, bestaande uit bijzonder fraai vormgegeven boekjes ter grootte van een lat chocolade, is – na onder meer Simon Carmiggelt, Theo Thijssen en Kees van KootenGodfried Bomans. Het boekje in kwestie heet 'De brandmeester', en met de ondertitel Het beste van Godfried Bomans wordt bedoeld dat wij hier te maken hebben met ‘een keuze uit de sprookjes, verhalen en herinneringen’ die de bij leven onder meer dankzij zijn vele televisieoptredens waanzinnig populaire Bomans publiceerde.

Fragmenten uit Bomans’ debuut 'Pieter Bas', uit zijn tweede en bekendste werk 'Erik of het klein insectenboek', of uit zijn absurdistische detectiveromanpersiflage 'De avonturen van Bill Clifford', vallen hier met andere woorden niet aan te treffen. Wat gelukkig helemaal niet erg is, want als een van de onbetwiste grondleggers – samen met Carmiggelt – van het zogeheten cursiefje, voelde Bomans zich vanzelfsprekend meer dan thuis op de korte baan, en de teksten in deze bloemlezing hebben alle, zonder een enkele uitzondering, met elkaar gemeen dat zij als het ware fluitenderwijs en schijnbaar met de vingers in de neus bewijzen dat dit proza betreft, even elegant als een jonge ballerina, en zo geestrijk als een kruik ouwe jenever. Alsof Bomans’ pen een toverstaafje was, en elk woord dat hij in aanraking met het papier bracht wonderlijk genoeg een gouden en tijdloze schittering verkreeg.

Godfried Bomans

Godfried Bomans

Toch zijn er ook opvallende verschillen tussen de stukken onderling, wat alles heeft te maken met wat mede-Haarlemmer Harry Mulisch bij de dood van de achtenvijftigjarige schrijver in 1971 stelde, namelijk dat zijns inziens Bomans niet écht een groot schrijver was, zoals Mulisch zelf dus, omdat hij nu eens ernstig was, en dan weer humoristisch. Echt grote schrijvers, meende Mulisch, zijn de twee immers bij voortduring tegelijkertijd…
Kan kloppen, maar wat er ook van zij, als Bomans grappig wil zijn, moet je als onbevangen lezer, die niet van plan is om de grootheid van zijn schrijverschap tot op de millimeter nauwkeurig in kaart te brengen en sowieso wel heel andere zorgen aan zijn moede hoofd heeft, wérkelijk en hardop lachen, terwijl hij in ernst wel degelijk telkens zeer zinnige bespiegelingen in de aanbieding heeft.

Onder meer zijn verklaring waarom Hitler als politicus juist in München, in een ‘oergezonde’ stad die werd bevolkt door jolige bierdrinkers en schuldeloze worstenliefhebbers, een stad als een ‘blozende appel’, voet aan de grond kreeg, is even spits als plausibel en had trouwens heel goed uit de koker van Mulisch zelf kunnen komen. ‘In Berlijn, Hamburg of Dresden zou hij wellicht zijn uitgelachen. Men herkent daar een psychopaat. (…) Hitler heeft hier zijn hoofdkwartier gehad, niet omdat München rijp was voor zijn gedachten, maar omdat het er te ver van afstond om ze te doorzien.’ Ook aan de humor zelf wijdt Bomans regelmatig serieuze overwegingen. Wanneer hij haar definieert, bijvoorbeeld, als ‘ernst, doorgetrokken naar het absurde’, of wanneer hij waarschuwt dat ironie ‘de laatste glans’ is ‘die een beschaving nog afgeeft. Na dit schijnsel wordt het donker.’ Wij staan er niet goed voor, kortom, vandaag de dag.

Alsof Bomans’ pen een toverstaafje was, en elk woord dat hij in aanraking met het papier bracht wonderlijk genoeg een gouden en tijdloze schittering verkreeg.

Maar gelukkig valt er dus ook veel, heel veel, buitensporig veel in zorgeloosheid te genieten van de talloze kleine pralines die 'De brandmeester' ons kwistig serveert en die onophoudelijk naar méér smaken. Met name de extracten uit Bomans’ bundel 'Kopstukken' zijn op weergaloze wijze om te schateren, bijvoorbeeld als de schrijver – wat hij wel vaker doet – de bewondering voor beroemde mensen ridiculiseert. ‘De beroemde vrouw’ speelt zich af op Schiphol, in de stromende regen, waar tachtig journalisten zijn verzameld:
‘“Hoe leeft u mevrouw? Uw dagindeling? Uw werkwijze, uw – het hindert niet wat, als u het maar zegt.”
“Des oktends,” antwoordde mevrouw Slavatsky, met verrukkelijke eenvoud rondkijkend, “sta ik gewoon op, net als de frouwen in Olland.” (Hier moest een van ons ondersteund worden, het was de man te machtig geworden.) “Dan ontbijt ik, drie sneetjes brood met karnaaltjes en een aring. Soms drink ik een kop thee erbij. Maar dat laatste niet altijd, dus skrijft u dat niet erbij.”
“En u zit dan achter een gewoon bordje, achter een gewone tafel?”
“Altijd,” zei mevrouw Slavatsky.
Wij stonden als aan de grond genageld.’
Ik word gelukkig van proza als dit, ik word hier warm van genoeglijkheid van, ik hoef 'De brandmeester' maar open te slaan of ergens in mijn hart en ziel wakkert er spontaan een haardvuur op. Zelfs het fragment uit ‘De man met de witte das’, over Bomans’ overstuurse vader, dat je kil naar de keel grijpt terwijl je je hand geschrokken over de mond legt, kan daar niet of nauwelijks verandering in brengen – of toch niet voor lang.
Laten wij aangaande 'De brandmeester' dan ook met een gerust, vrolijk gemoed besluiten: wie dit kleinood niet eert, is de leesbril niet weerd!

Christophe Vekeman

'De brandmeester' is verschenen bij uitgeverij Van Oorschot

Meer zoals dit...

Blijf op de hoogte

Wil je wekelijks het beste uit de wereld van kunst en cultuur, klassieke, jazz- en wereldmuziek? Schrijf je in op onze nieuwsbrief!

Volg ons op
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Jobs

Privacy

Gebruiksvoorwaarden

Heb je een vraag?

Contact

Wedstrijdreglement

Logo UitInVlaanderenLogo Cim Internet