Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Leve de lach!

Leve de lach!Kunst & Cultuur

Er ligt een nieuwe uitgave van De Steppewolf van Hermann Hesse in de winkel. Jaren geleden maakte het boek een grote indruk op Christophe Vekeman. Maar is dat nog altijd het geval?

Een klassieker van Hermann Hesse in een nieuw jasje

Hadden wij kenners en critici als jongelui niet vurig van kunstwerken en kunstenaars gehouden die ons nu twijfelachtig en irritant leken?’ Deze retorische vraag kan worden opgetekend uit de mond van de Harry Haller geheten hoofdpersoon van De Steppewolf, verschenen in 1927 en geschreven door de Duitstalige Zwitser Hermann Hesse.

En laat nu inderdaad het werk van Hesse zelf – denk ook aan romans als Siddharta en Narziss en Goldmund – gelden als een schoolvoorbeeld van dat soort literaire kunst: boeken waar je als achttienjarige mee dweepte, maar die je, eenmaal de middelbare leeftijd bereikt, enigszins schouderophalend en net niet met het schaamrood op de wangen als strikt leeftijdsgebonden leesvertier dient weg te zetten.

Tussen cult en canon

Toch blijven Hesses romans al een slordige eeuw lang steeds nieuwe generaties aanspreken, en zeker De Steppewolf geniet in de wereldliteratuur een uitgesproken curieuze en letterlijk onvergelijkbare status, in die zin dat het meer dan enig ander boek – meer nog, bijvoorbeeld, dan The Catcher in the Rye – het perfecte midden weet te houden tussen cult en canon.

Om dit te staven: niet alleen kreeg Hermann Hesse in 1946 de Nobelprijs voor Literatuur, maar ook was weer twintig jaar later het nog steeds befaamde nummer ‘Born to be Wild’ mede dankzij de film Easy Rider een grote hit voor een Amerikaanse rockband die Steppenwolf heette.

Dat een bij momenten nogal taaie en hoe dan ook op diep filosofische leest geschoeide roman over een vijftigjarige, zeer schuwe eenzaat, een ‘genie van het lijden’, die een hekel heeft aan radio’s en grammofoons en de mompelende mond vol heeft over Nietzsche, Goethe en Mozart, inderdaad in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, maar ook later nog, door grote groepen tegenculturele jongelingen werd omarmd, lijkt op het eerste gezicht natuurlijk vrij raar.

Van iemand die, zoals de zich ‘Steppenwolf’ noemende Harry Haller, jazz als ‘ondergangsmuziek’ bestempelt, en ‘vergeleken met Bach en Mozart en echte muziek’ als ‘smeerlapperij’, kan immers geredelijk worden vermoed dat hij ook van ‘Born to be Wild’ niet zo bijzonder wild zou zijn geweest…

Hermann Hesse in 1927

Al staan daar toch ook wel weer een hoop aantrekkelijkheden voor de levenslustige jeugd tegenover. Het tweede deel van de roman, waarin de peilloze zelfanalyse van de neurotische, zich door de wolf in hemzelf verscheurd voelende intellectuele misantroop Harry Haller plaats ruimt voor een meer verhalend soort van proza, speelt zich goeddeels af in een ‘magisch theater’, waartoe de toegang ‘enkel voor gestoorden’ weggelegd is, en kan worden gelezen als een in lsd gedrenkt lijkende ode aan de losse liefde, aan de dans, aan de fantasie en aan de vrijheid, zelfs wanneer deze vrijheid à la limite neerkomt op geweld, verderf en dood.

Voeg daarbij, over The Catcher in the Rye gesproken, passages waarin Harry Haller een soort van voorneef lijkt te zijn van Holden Caulfield of Franny Glass, en op doorgedreven antiburgerlijke wijze walgt van de phony schijnvertoning die elke ‘burger’ of volwassene nu eenmaal vormt, en de roman komt alsnog in een ander licht te staan.

De Steppewolf is een Max Havelaarachtig boek in een boek, en wanneer aan het begin van de roman de zogeheten ‘tekstbezorger’ samen met Harry, die een tiental maanden lang bij de ik-figuur en bij diens tante als huurder ingewoond heeft, een lezing van ‘een beroemde geschiedfilosoof en cultuurcriticus, een man met een Europese reputatie’ bijwoont, laat de Steppenwolf onmiddellijk nadat de spreker het podium heeft betreden ‘een onvergetelijke en vreselijke blik die boekdelen sprak’ op de man los. ‘Door de wanhopige felheid ervan werd de persoon van de ijdele spreker niet alleen doorgelicht (…) de blik van de Steppewolf doorzag onze hele tijd, heel de drukke bedrijvigheid, heel de eerzucht, de ijdelheid, heel het oppervlakkige spel van een ingebeelde, banale spiritualiteit (…) Deze blik wilde zoveel zeggen als: Kijk, zulke imbecielen zijn wij! Kijk, zo is de mens!’ Of om het met Salingers Franny te zeggen: ‘Ik ben al dat ego, ego, ego gewoon spuugzat.’

Een hoop aantrekkelijkheden voor de levenslustige jeugd

Dat Harry Haller zich desondanks allesbehalve superieur voelt en juist heel sterk onder zichzelf te lijden heeft, in die mate dat hij regelmatig met de gedachte aan zelfmoord speelt, maakt hem uiteraard alleen maar sympathieker en op een herkenbare manier problematisch – voor jongeren, jazeker, maar al met al voor iedereen die de strijd tussen, om het freudiaans te zeggen, ‘ego’ en ‘es’, tussen geest en lijf, tussen mens en wolf, soms in zich voelt woeden.

Reikt Hesse oplossingen aan voor wie, net als Haller, die gespletenheid als ondraaglijk ervaart? Zeker. De genoemde tweedeling, immers, blijkt een vals gevoel te zijn: ‘Harry bestaat niet uit twee wezens, maar uit honderd, uit duizenden.’ Je ‘zogenaamde persoonlijkheid’ is ‘een gevangenis’, het ‘ik’ is sowieso een fictie, en dient zo niet te worden vernietigd, zo leert Harry in ‘het magisch theater’, dan in elk geval toch ook vooral niet serieus te worden genomen.

De oplossing, kortom, schuilt in de humor: ‘alleen de humor (misschien de meest eigen en meest geniale prestatie van het mensdom) kan het onmogelijke volbrengen (…) In de wereld te leven alsof het niet de wereld is, de wet te respecteren en er toch boven te staan, bezittingen te hebben “alsof je niets bezit”, van dingen af te zien alsof het geen afzien is – al die geliefde en vaak geformuleerde vereisten van een hoge levenswijsheid kunnen alleen in de humor worden verwezenlijkt.’

Dit is geen roman uitsluitend voor jongeren, nee, en ook niet een boek ‘enkel voor gestoorden’. Dit is een avontuur dat iedereen minstens een keer in zijn leven moet aangaan.

Christophe Vekeman

'De steppewolf' van Herman Hesse is verschenen bij De Bezige Bij

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram