Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Nu op Klara:

Lichte Zeden in Van Goghmuseum Amsterdam

Lichte Zeden in Van Goghmuseum AmsterdamKunst & Cultuur, Expo

Jeroen Laureyns zag in Amsterdam een sterke tentoonstelling over prostitutie in de Franse kunst.
Schilderij van Kupka uit 1909 dat een prostitué voorstelt

© František Kupka, Het meisje van Gallien, 1909-1910, c/o Pictoright Amsterdam

In het Van Goghmuseum in Amsterdam loopt de tentoonstelling Lichte Zeden, over prostitutie in de Franse kunst tussen 1850 en 1910. De expo kwam er in samenwerking met het Musée d'Orsay in Parijs en is opgebouwd volgens artistieke, maar ook historische en sociologische criteria. Dat werkt, zeker voor het eerste deel van de tentoonstelling, bijzonder goed. Al is het voor een hedendaagse bezoeker die gewend is aan virtuele pornografie een beetje zoeken om in de 19de-eeuwse schilderkunst de toespelingen op betaalde seks te herkennen.

Je moet al de tijd nemen om in James Tissots schilderij van 'Het Winkelmeisje' (1883) de klant de ontdekken die door de vitrine van een stoffenwinkel naar een bediende kijkt. Misschien verdient ze na de uren bij door te tippelen? Op het nachtelijke schilderij 'Vrouw op de Champs Elysées' (1890) van Louis Anquetin trekt een vrouw met een voile over haar gezicht de straat op, op zoek naar klanten. De man die haar begluurt is bijna onzichtbaar. 

Eens je het wettelijke en historische kader leert kennen, begrijp je beter wat je ziet. Napoleon legaliseerde in 1802 de prostitutie, maar plaatste het onder streng toezicht in gesloten huizen (maisons closes) met geregistreerde prostituees (filles soumises). Later doken ook filles insoumises op, die door de zedenpolitie konden worden opgepakt en naar de beruchte vrouwengevangenis Saint-Lazare werden gestuurd.

Schilderij van Louis Anquetin uit 1890 van een prostituee op de Champs-Elysees

Louis Anquetin, Vrouw op de Champs-Elysées bij nacht, 1890-1891, olieverf op doek, 83,2 x 100 cm, Van Gogh Museum, Amsterdam, verworven met steun van de BankGiro Loterij en de Vereniging Rembrandt

Misschien is mij daarom een mij verder onbekende schilder als Jean Beraud zo bijgebleven. Als een kunstenaar-antropoloog brengt hij de verschillende codes van die burgerlijke samenleving en haar omgang met prostitutie zakelijk-analytisch in beeld. Zoals in de schilderijen Wachten en Het Voorstel of De Afspraak (1885), waarin een vrouw op de stoep van een lege straat staat te wachten tot een deftig geklede heer haar aanspreekt en zij met niet meer dan een voet vooruit de aard van haar beroep verraadt.

Die terughoudende, registrerende manier van schilderen houdt hij ook aan in het schilderij Achter de coulissen van de opera (1889) waarin hij laat zien hoe vermaak en prostitutie bij de rijke burgerij op een gecultiveerde manier in elkaar overgaan. Mannen in zwarte rok en hoge hoed, die in al hun grootvaderlijke stijfheid de hiërarchie belichamen, houden hun armen om de middel van flirterige, jonge ballerina's in witte tutu's. De ongelijkheid in leeftijd, geslacht, macht en geld is stuitend, misschien omdat Beraud zichzelf er niet over uitspreekt.

Mijn bloed ging het meest koken bij De ruimte voor gearresteerde prostituées op het hoofdkantoor van de politie (1886). Het is een braaf, realistische geschilderd tafereel waarin de gearresteerde hoeren door een non als ondergeschikte zondaressen in een kerkachtige gevangenis worden samengedreven. Het schilderij werpt voor mij de belangrijkste morele vraag op die je over dit onderwerp kunt stellen: Is de emancipatie voltooid zolang er nog hoeren bestaan? Moeten we niet, zoals bij de slavernij, blijven streven naar een afschaffing van de prostitutie en vooral de klant strafbaar stellen? Zulke morele vragen komen in de tentoonstelling zelf misschien te weinig aan bod. 

Schilderij van Charles Carolus-Duran uit 1876 dat een ondeugende courtisane op een divan voorstelt

Charles Carolus-Duran, Portret van Julia Tahl, bekend als Mademoiselle Alice de Lancey, 1876, olieverf op doek, 152,5 x 211 cm, Petit Palais, musée des Beaux-Arts de la Ville de Paris, Parijs

De grote schilders van de Académie laten vooral de pracht en praal en de steile maatschappelijke opgang zien die sommige Grandes Horizontales of Cocottes maken. Een goed voorbeeld is het Portret van Julia Tahl (1876) van Charles Carolus-Duran. De vrouw etaleert zich uitdagend en welwillend op een divan. Het hangt op de tentoonstelling naast een pompeus bed dat vermoedelijk door een courtisane gebruikt werd.

De tentoonstelling zit vol met dergelijk ondeugende details zoals ook het Portret van Madame Valtesse de la Bigne (1879) van Henri Gervex. Met haar witte rok en parasol presenteert ze zich ondeugend aan het publiek. Vooral haar wandelstok met zilveren knop waarin een ‘Kat met zes staarten' verborgen zat moet de mannelijke liefhebbers van de liefdeszweep hebben opgewonden.

Naast de reclamebeelden die deze courtisanes bij de kunstenaars lieten maken, ontbreken ook de moraliserende versies op de vrouw als vampier niet. In Het Rijtuig van de courtisane (1873) van Thomas Couture zien we een jonge, aantrekkelijke vrouw die een rijke jongeman ruïneert. Op latere leeftijd zit hij opgezadeld met een lelijke feeks, wier kar hij natuurlijk mag blijven trekken. 

Schilderij van Vincent Van Gogh dat een vrouw in een café voorstelt

Vincent van Gogh, In het café: Agostina Segatori in Le Tambourin, 1887, olieverf op doek, 55.5 x 47 cm, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Dat bordeelbezoek goed ingeburgerd was en in alle klassen voorkwam, blijkt uit het verhaal van Vincent van Gogh. Hij trok regelmatig naar het bordeel, begon soms een relatie met een prostituée en trok zich hun lot aan. Kleine getuigen daarvan zijn prachtige Kop van een prostituée - dat hij ooit in Antwerpen schilderde - en Naakte Vrouw op Bed. Minder bekende werken, want het moet gezegd: de grote sleutelwerken van de avant-garde kunstenaars ontbreken: geen Olympia van Manet en geen Demoiselles d’Avignon van Picasso.

Rops is op deze tentoonstelling één van de kunstenaars die het verst gegaan is in de verbeelding van het Parijse hoerenleven. In De Keuringscommissie (1879) zien we een oude matrone die haar naakte werkneemsters inspecteert. Dat gebeurt onder een portret van Napoleon III, die als het ware een goedkeurend oog op het tafereel werpt. In Het Toilet raakt een man in rokkostuum opgewonden van een vrouw in onderjurk. De spotprent De Perineale Douche maakt de dierlijke, diabolische lust veel bijtende satire zichtbaar.

Toulouse-Lautrec woonde zelf bij de hoeren in. Met een groot gevoel voor empathie schilderde hij de hele achterkant van het seksuele poppenspel. De leegte van het wachten op een klant, bijvoorbeeld, in De Salon van de Rue Moulins. Er bestaat ook een foto waarop de kunstenaar naast dit schilderij staat terwijl een naakte vrouw het werk bewondert. Met enkele snelle pastelstreken op een pastel schilderde hij een Vrouw op haar rug die haar benen over het bed heeft uitgespreid. 

Op dit schilderij van Toulouse-Lautrec wachten enkele prostituées in een salon op hun volgende klant

Henri de Toulouse-Lautrec, In de salon: de divan, c. 1893, olieverf en peinture à l’essence op karton, 60 x 80 cm, Museu de Arte de São Paulo Assis Chateaubriand, São Paulo

Op de tentoonstelling is er ook een luik 'prostitutie in de fotografie'. Nergens anders wordt het verschil tussen vroege fotografie en schilderkunst zo duidelijk als in de afbeelding van prostitutie. Veel meer dan de schilderkunst gaat de fotografie in de 19de eeuw 'all the way', als een voorloper van hedendaagse porno. De seksuele daad wordt onverbloemd in beeld gebracht, terwijl de schilders het nog braafjes houden bij het voor- of naspel.

Eén zaal is helemaal gereserveerd voor de fauvistische kunstenaars, en dat is zonder twijfel het sterkste deel van de tentoonstelling. Voor de fauvisten met hun wilde kleurenpalet is de solitaire hoer een gedroomd model. Van de decadente lesbische omhelzing van Jan Sluijters over het Portret van Gustave Coquiot van Picasso, over het campagnebeeld van de expo van Frantisek Kupka tot de Meisjes van André Derrain. Maar dan gaat het al meer de richting van het modernisme uit en bieden deze ‘uitspattingen in kleur en vorm’ vooral esthetisch artistiek plezier. De eeuwenoude geknechte rol van de vrouw die haar lichaam te koop moet aanbieden verdwijnt helemaal naar de achtergrond. Hopelijk komt er ooit nog een stap vooruit in de beschaving en verdwijnt de prostitutie net als de slavernij uit onze samenleving.

Jeroen Laureyns

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.