Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Maurizio Pollini 80 – technisch verbluffend, emotioneel beheerst

Maurizio Pollini 80 – technisch verbluffend, emotioneel beheerstKlassieke muziek

Op 5 januari vierde de beroemde Italiaanse pianist Maurizio Pollini zijn 80e verjaardag. Een mooie aanleiding om deze levende legende een week lang in Maestro een centrale plek te geven. En, schitterend toch, in dit jubileumjaar, op woensdag 23 maart, komt Pollini nog eens naar België voor een recital in Bozar, tijdens het Klarafestival! Op zijn eigen piano zal hij dan Schumann en Beethoven (de Hammerklavier-sonate!) spelen.

Maurizio Pollini is binnenkort te gast op het Klarafestival: niet te missen!

Pollini was nog maar 18 toen hij in Warschau het prestigieuze Chopin Piano Concours won. De grote Arthur Rubinstein, de voorzitter van de jury toen, zei: “Deze jongen speelt beter dan elk van ons.” Na die overwinning lagen er twee wegen open voor de jonge Pollini: die van het aanvaarden van alle concertuitnodigingen wereldwijd en zo zijn nog niet voltooide talent misschien voortijdig opbranden, of die van de stap terug om zijn techniek, stijl en artistieke inzichten te verbeteren en verdiepen. Pollini bleef trouw aan zichzelf, en koos voor de tweede optie. En hij ging zich vervolmaken bij de pianoreuzen van zijn tijd: Arthur Rubinstein en Arturo Benedetti-Michelangeli.

Vijf jaar geleden, voor zijn 75e verjaardag, bracht zijn platenfirma Deutsche Grammophon een feestelijke box uit van 58 cd’s, met daarin alle opnames die hij voor het gele label maakte: een indrukwekkende verzameling! Maar hoe begin je daar aan? Laten we het eens proberen aan de hand van vijf componisten die een centrale rol in de lange carrière van Pollini speelden:

1. Frédéric Chopin

Kort na zijn overwinning op het Chopin-concours, maakte Maurizio Pollini, voor EMI toen nog, samen met het Philharmonia Orchestra o.l.v. van de Poolse dirigent Paul Kleztki, een opname van het eerste pianoconcerto en enkele etudes van Chopin. Bij zoveel spontaniteit, verfijning en poëtisch aanvoelen verstomde elke kritiek. En het is nog altijd een van de mooiste versies van dit werk. Ook de opnames uit de jaren ’70 van de etudes en preludes zijn, ondanks de matige opnamekwaliteit, nog altijd absolute referenties.

2. Ludwig van Beethoven

In 2014 voltooide Pollini zijn opname van alle pianosonates van Beethoven. Het was een werk van lange adem geweest, want hij begon er al aan in 1976, met de vier laatste sonates. Door het meesterlijke evenwicht, de heldere opbouw en emotionele beheersing, vormen precies die vier werken meteen ook het hoogtepunt van deze cyclus. Pollini nam trouwens ook de pianoconcerto’s van Beethoven op, samen met de dirigenten Karl Böhm en Claudio Abbado.

3. Igor Stravinsky

Op de allereerste plaat die Maurizio Pollini voor Deutsche Grammophon opnam, stonden de drie delen uit Petroeskja van Igor Stravinsky en de zevende sonate van Prokofjev. Op de cd-versie later kwam daar nog de tweede sonate van Pierre Boulez bij. Een technisch verbluffende opname die, terecht, nog altijd als een mijlpaal in de 20e-eeuwse pianodiscografie wordt gezien.

4. Franz Schubert

Schubert en Pollini: nog zo’n schitterende combinatie. Luister maar eens naar zijn versie van de Wanderer-fantasie, het meest virtuoze van alle pianowerken van Schubert, en je krijgt de indruk dat deze weelderige compositie precies zo moet klinken, d.w.z. in één grote beweging, in één adem. Dat is trouwens niet anders in de grote drie laatste sonates, waarin Pollini dat typisch Weense sentiment, halverwege een lach en een traan, feilloos weet op te roepen.

5. Wolfgang Amadeus Mozart

Hier had evengoed Robert Schumann kunnen staan, maar we kiezen toch voor Mozart, omdat je bij deze componist toch een andere Pollini leert kennen, een beschroomd pianist bijna, maar wel eentje die speelt met een absolute puurheid. Zijn opname uit 1976 van de pianoconcerto’s 19 en 23, samen met Karl Böhm, is nog altijd een klassieker. Later, in 2006, zou Pollini, aan de piano, zelf de Wiener Philharmoniker dirigeren in de concerto’s 12, 17, 21 en 24.

- Bart Tijskens