Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Meisjes plagen is liefde vragen

Meisjes plagen is liefde vragenKunst & Cultuur

Andrés Barba is het nieuwe wonderkind van de Spaanse literatuur. Maar Christophe Vekeman is niet overtuigd.

Een boek dat je moet lezen in zorgeloze tijden, want de inhoud weegt zwaar

Een kinderhart is gauw gevuld, om ons eens aan een spreekwoordspeling te bezondigen, en mocht je het de Spaanse, in 1975 geboren schrijver Andrés Barba vragen, dan zou zijn antwoord ongetwijfeld zijn dat het meer bepaald gauw gevuld is met niet veel goeds. Dat blijkt wel uit zijn korte roman Kleine handen, die oorspronkelijk verscheen in 2008 en nu in het Nederlands is vertaald, en waarin Barba heel erg zijn best doet, als een hedendaagse William Golding, om zwart op wit aan te tonen dat de zogenaamde onschuld die vaak met de kindertijd geassocieerd wordt zoiets is als de paashaas of als kabouters: je kan erin geloven met alle kracht die je in jezelf weet te vinden, maar van enig bestaan ervan is jammer genoeg geen enkele sprake.

Het boek vertelt het verhaal van de zevenjarige Marina, die het op de achterbank van de ouderlijke wagen op een slechte dag moet meemaken dat de laatste woorden van haar moeder uitgesproken worden tegen moeders echtgenoot – Marina’s vader – die aan het stuur zit. De woorden luiden ‘Niet inhalen nu’, waarop het vier maanden duren zal eer Marina zich het ongeluk, waarbij naast haar moeder ook haar vader omkomt en haar eigen ribben worden blootgelegd, met enige precisie zal herinneren.

Doordat haar verwondingen zo ernstig zijn, vergt haar herstel sowieso een hele hoop tijd, maar het is vooral haar emotionele recuperatie die een vrij zorgbarend verloop kent. ‘Alleen vlak voor het moment dat de artsen binnenkwamen,’ immers, ‘miste ze haar ouders, maar op zo’n abstracte manier dat het nooit merkbaar was, zoals iemand die op het punt staat een zin te begrijpen en hem dan toch niet begrijpt’…

© deBuren
Andrés Barba

Wanneer Marina van het ziekenhuis naar een weeshuis wordt overgeplaatst, doet er een tweede vertelperspectief zijn intrede in Kleine handen: dat van de andere meisjes daar, die zich koorgewijs en in je reinste samenhorigheid consequent in de wij-vorm uitdrukken en al vóór de aankomst van Marina over haar aan het fantaseren zijn geslagen: het ene meisje dacht dat ze lang zou zijn, het volgende meende dat ze klein wezen zou, het ene vermoedde dat zij er knap zou uitzien, het andere dacht weer van niet, enzovoort.

Het lijkt van weinig betekenis te zijn, misschien, maar volgens de wij-stem was dit verschil van mening van meet af aan bijzonder omineus: ‘Dat was haar eerste triomf, we waren al niet meer allemaal gelijk. Wij (…) waren niet meer allemaal hetzelfde. (…) Van het ene op het andere moment was er iets geknakt: ons vertrouwen.’

Van dan af ontwikkelt de roman zich tot een soort van hoogst morbide parabel van het anders-zijn en tot een verhaal, ook, van aantrekken en uitgestoten worden, en van vertrapt worden en tezelfdertijd bewondering oogsten. De suggestie dat liefde en haat zo ongeveer synoniemen dienen te worden genoemd, zeker bij kinderen dus, is niet van de lucht, en hoe dan ook blijkt vernederen een manier te zijn om uiting te geven aan gevoelens van onwillekeurige fascinatie – meisjes plagen is liefde vragen, zeg maar, al krijgt het ‘plagen’ hier een wel heel sadistisch karakter, en loopt het allemaal duizelingwekkend slecht af…

Tien op tien voor het creëren van een aardedonkere, beklemmende sfeer.

Barba levert met Kleine handen een verhaal af dat beklijft en waarin je als lezer het gevoel krijgt, zolang als het duurt, onherroepelijk opgesloten te zitten. Alle kieren van de vertelling zitten pot- en potdicht, zodat er geen straaltje hoop naar binnen kan en alle lichtpunten, voor zover die er sowieso zijn, gaandeweg een na een doven. Tien op tien dus voor Barba op het vlak van het creëren van een aardedonkere, beklemmende sfeer. Geschikte soundtrack bij dit alles: de horroralbums die Scott Walker maakte tijdens de laatste jaren van zijn leven.

Maar je zou het ook anders kunnen zeggen. Bijvoorbeeld zo: Barba’s uitgesproken intentie om zo deprimant en ook genadeloos als mogelijk te zijn ligt er dik genoeg op om dit boekje te verwerpen als weliswaar vakkundig vervaardigde maar in wezen weinig interessante literaire kitsch.

Het zal van u afhangen.

Christophe Vekeman

'Kleine handen' van Andrés Barba is verschenen bij De Bezige Bij
Uit het Spaans vertaald door Jos Kockelkoren en Irene van de Mheen

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram