Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Met dank aan Roest

Met dank aan RoestKunst & Cultuur

Jeroen Brouwers wijdde de tiende editie van zijn eenmanstijdschrift Feuilletons aan de Nederlandse journalist en uitgever Hans Roest. Christophe Vekeman was er als de kippen bij om dat te lezen.
Demian

Jeroen Brouwers, Laatste plicht

De – wij moeten eerlijk zijn – door het Antwerpse antiquariaat Demian op waarlijk oogstrelende wijze uitgegeven tiende editie van het te hooi en te gras verschijnende eenmanstijdschrift Feuilletons van Jeroen Brouwers is getiteld Laatste plicht. Terugdenken aan Hans Roest, en waar Brouwers zelf uiteraard al zo’n vijfendertig jaar of langer geen enkele vorm van introductie meer behoeft bij het brede publiek, is dat in hoofde van de genaamde Roest wellicht een weinig anders. Nu, Brouwersfans kennen hem wel degelijk als een van de correspondenten die in het tweedelige epistolarium Kroniek van een karakter, verschenen in respectievelijk 1986 en 1987, het vaakst en het uitvoerigst worden aangeschreven, en ook in de monografie die Brouwers in 1985 aan de oude Nederlandse dichteres Hélène Swarth – door Willem Kloos ooit ‘het zingende hart van Holland’ gedoopt – wijdde, valt zijn naam regelmatig.

Dat laatste is allesbehalve toevallig, lezen wij in Laatste plicht: de van jongs af stevig aan de letteren verslingerde Hans Roest (1917-2006) had als eenentwintigjarige, en dit in zijn hoedanigheid van ‘de enige en laatste vertrouweling’ die haar nog restte, de dichteres verzekerd dat hij degene was die ooit haar biografie schrijven zou, en al was er inmiddels van zijn hand wel bijvoorbeeld Schaatsenrijder. Terugdenken aan Gerrit Achterberg verschenen – aan welke titel de ondertitel van Laatste plicht refereert –, het zag er niet naar uit dat hij de last van dit voornemen spoedig naast zich neer zou kunnen leggen. Brouwers in Laatste plicht: ‘Zal ik die belofte van je overnemen, suggereerde ik.’

Sterk ontroerende warmhartigheden

Inmiddels heeft Jeroen Brouwers zelf op anderhalf jaar na de leeftijd van de zeer sterken bereikt, en al zal de notoir bescheiden Roest hem ongetwijfeld nooit iets in die richting hebben doen beloven, toch ziet de schrijver van De schemer daalt, zoals Feuilletons nummer zeven in 2005 was getiteld, het als een van zijn laatste plichten Hans Roest een postuum voetstuk van taal en papier te verlenen. Zonder voorbehoud noemt hij Roest de beste, trouwste vriend die hij ooit heeft gekend: ‘Hij blijft in mij achter als de personificatie van een soort beminnelijke, ja lieve, betrokken, bezorgde, helpende engel, wie weet op mijn pad gezet door God persoonlijk.’

Van dit soort sterk ontroerende warmhartigheden wemelt het in dit gedenkboekje, geschreven op een toon die ernstig van liefde is terwijl natuurlijk ook de stilistiek van Brouwers als vanouds is om duimen en vingers bij af te likken. En om in de sfeer van deze laatste uitdrukking te blijven dit voorbeeld van Brouwers onvermoeibare pogingen te bewijzen dat het Nederlands wel degelijk de mooiste taal is van de wereld wanneer zij maar uit de pen komt van iemand van zijn kaliber – of uit de mond van iemand als Hans Roest: ‘Hans sprak het Nederlands allerkeurigst, hoogstbeschaafd, ietwat ouderwetsig uit, het woord geteisem (…) meende ik in plaats van het te horen van zijn lippen te zien komen, zo delicaat gearticuleerd alsof hij een marsepeinen vezeltje van zijn tong verwijderde.’

Eén van de menselijke pijlers van het schrijverschap van Jeroen Brouwers

Brouwers, schrijft hij, heeft véél aan zijn meer dan twintig jaar oudere vriend – ooit zijn overste toen hij zelf als jonge twintiger anderhalf jaar lang in de journalistiek en meer bepaald dan op de redactie van een Romance geheten periodiek rondsukkelde – te danken, en die erkentelijkheid kunnen wij met zijn allen alleen maar ruimhartig delen.

Het was immers, getuige Laatste plicht, Hans Roest die de jonge Brouwers met de neus op de noodzaak voor een beginnend schrijver om te lezen en nóg eens te lezen drukte, die er indirect voor zorgde dat hij zijn journalistenbestaantje vaarwel kon zeggen en als redacteur aan de slag ging bij uitgeverij Manteau, waar Brouwers in 1964 zou debuteren, en die totdat hij zelf aan geestverduistering ten prooi viel en in de ‘onbereikbaarwording’ verzeilde Brouwers’ ijzeren steun en toeverlaat was, niet zelden ook in financiële zin.

Roest, met andere woorden, behalve met Hélène Swarth en Gerrit Achterberg eveneens innig bevriend met Gaston Burssens, Gerard Walschap en Henriette Roland Holst, is in de eerste plaats een van de menselijke pijlers van het schrijverschap van Jeroen Brouwers geweest. En dat bedoel ik als ik zeg dat wij, Nederlandstalige lezers, nog veel meer aan hem te danken hebben dan het feit dat deze glorieuze ode aan Hans Roest, aan de vriendschap in het algemeen en als steeds bij Brouwers tevens aan de literatuur heden in de winkel ligt.

Christophe Vekeman

'Feuilletons 10: Laatste Plicht' van Jeroen Brouwers is verschenen bij Demian

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laten ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram