Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Monteverdi - Vespers - Paul McCreesh

Monteverdi - Vespers - Paul McCreeshKlassieke muziek

Uitvoerders: Joseph Cornwell; Susan Hemington Jones; Tessa Bonner; Charles daniels; Peter Harvay; Gabrieli Consort & Players o.l.v. Paul McCreesh Label: Archiv 00289 477 6147
Hoes Monteverdi - Vespers - Paul McCreesh

Monteverdi - Vespers - Paul McCreesh

Programma: Claudio Monteverdi: Vespro della beata Vergine

Deze box van 2 cd’s brengt ons dit absolute meesterwerk van het genie uit Mantua, gecomponeerd in 1610. Uiteraard is dit geen primeur en het vereist absoluut geen nauwgezet speurwerk om in het aanbod van de markt andere vertolkers en visie’s op te diepen. Nochtans wordt ons deze opname volop aangeprezen als nieuw qua interpretatie en zelfs baanbrekend. Nu weet ook iedereen die dit werk ooit diepgaand en vanuit de vroege drukken en de partituur heeft bestudeerd,dat dit oeuvre vanuit verschillende invalshoeken, meer vragen blijft oproepen dan dat het antwoorden geeft. In het begeleidende booklet geeft McReesh tekst en uitleg over zijn visie en aanpak in een vlot leesbaar en boeiend interview,waarvan we ondermeer onthouden, 1) dat hij de volgorde wijzigt(vooral het einde van de vespers baart hier opzien)omdat hij meent dat die orde meer overeenkomt met de liturgische gebruiken uit die tijd. 2) Dat hij de metrische verhoudingen tussen binair en tertiair ingrijpend heeft herdacht. Vooral dit tweede punt zal menig specialist in die materie de wenkbrauwen doen fronsen, juist omdat omtrent die problematiek de laatste jaren heel wat onderzoek is verricht en deze interpretatie daarvan niet altijd een weerspiegeling blijkt te zijn van de resultaten daarvan, noch van de publikaties die daaromtrent verschenen zijn. Indien we deze versie moeten omschrijven in enkele krachtlijnen stellen we vooreerst vast dat hier een keuze van de stemmen is gemaakt waardoor het geheel op sommige plaatsen eerder theatraal overkomt: de link met bv.Orfeo is op verschillende manieren evident en soms (te?) prominent aanwezig. Dit valt vooral op bij de mannenstemmen;de dames lijken op dit vlak soms echt uit een andere wereld te komen en ontroeren vaak op treffende wijze. Toch kan men zich niet van de indruk ontdoen dat de stemkwaliteiten in die keuze belangrijker waren dan de dictie en de inhoud van de tekst. De meer contemplatieve momenten moeten dan ook af en toe terrein prijsgeven en worden geofferd op het altaar van de extrovertie, zowel in de koor als in enkele solopassages. De inlas van de gregoriaanse gezangen komt, mede door de metrische benadering van de ritmiek, enigszins academisch over. Instrumentaal gezien wordt er mooi en nauwkeurig gemusiceerd, o.a.de vioolklank is hier heel bijzonder en lijkt op een kruising tussen een vedel en een barokviool.De tempokeuze zorgt ook geregeld voor verrassingen. Ook het prestantorgel verdient aandacht om de mooie en soliede balans met de zangers, én omwille van de intermezzi die het toebedeeld krijgt. Kortom een realisatie die zijn plaats opeist tussen de bestaande versies om de eigenzinnige benadering van een werk dat zijn sporen op de historische uitvoeringspraktijk al meer dan eens duidelijk heeft nagelaten.

Koen Dieltiens

Klara's oordeel