Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Mozart: La Clemenza di Tito

Mozart: La Clemenza di TitoBlijf verwonderd!

Uitvoerders: Raimer Trost, tenor (Tito); Magdalena Kozena, mezzo-sopraan( Sesto); Hillevi Martinpelto, sopraan (Vitellia); Lisa Milne, sopraan(Servilia); Christine Rice, mezzo-sopraan (Annio); John Relyea, bas (Publio); Scottish Chamber Orchestra Chours; Scottish Chamber Orchestra o.l.v. Sir Charles Mackerras Label: DG 477 5792
Mozart: La Clemenza di Tito

Mozart: La Clemenza di Tito

Programma: Mozart: La Clemenza di Tito

Deze opera seria van Mozart zit duidelijk in de belangstelling. Begin dit jaar stelden we u een absoluut aanbevelenswaardige DVD van de opera voor – met Sylvain Cambreling als dirigent en in een regie van Karl Ernst en Ursel Herrmann met een topvertolking van Susan Graham als Sesto. Nu zijn kort na elkaar twee nieuwe CD-opnamen verschenen en op het eerste gezicht allebei veelbelovend. De ene bij DG met Charles Mackerras, een man die zeker al zijn sporen verdiend heeft in het operarepertoire (hij maakte o.a. zeer waardevolle opnamen van de Janacek-opera’s) en ook deze opname is ongeveer een eindpunt van een kleine integrale met de “grote” Mozart-opera’s waar Mackerras zo’n vijftiental jaar over gedaan heeft. De andere verscheen bij Harmonia Mundi met “onze” René Jacobs, die eerder al een gesmaakte opname maakte van Cosi fan tutte – en vooral in het barokrepertoire al enkele onbekende werken terug in de belangstelling gebracht heeft (Cesti, Cavalli, Keiser om maar deze te noemen). Jacobs zou Jacobs niet zijn, als de opname niet tegelijk de opera seria aan een grondige doorlichting onderwierp, waarvan de neerslag in een uitgebreid artikel in het tekstboek te vinden is. Jacobs zou evenmin Jacobs zijn, als hij niet zijn heel eigen accenten en dynamiek in de opname zou leggen. Al van bij de eerste maten van de ouverture is het duidelijk dat we een totaal andere aanpak van het werk te horen krijgen. In die zin is de dubbele uitgave dan ook helemaal niet overbodig, maar complementair. Dit verhaal van gedwarsboomde ambitie, een mislukte aanslag op een vorst en vooral uiteindelijke vergevensgezindheid, vermengd met passionele en eerlijke liefde, zet enkele zeer sterk getekende personages tegenover elkaar en is ondanks de enkele hiaten in de verhaallijn aangrijpend en boeiend. Mozart is natuurlijk schatplichtig aan de vereisten voor de opera seria en het verhaal verloopt dan ook via de recitatieven en de obligate aria’s van elk personage. Goede zangers die hoge vocale vereisten aankunnen en tegelijk waarachtige emotie kunnen weergeven, zijn dan ook een noodzaak voor een geslaagde opname. Op dat vlak hebben beide opnamen wel wat te bieden. Mackerras heeft zeker de grotere namen met Magdalena Kozena en Hillevi Martinpelto als Sesto en Vitellia op kop, maar Jacobs heeft zangers die mooi in zijn interpretatie inpassen. Zo is bij voorbeeld Hillevi Martinpelto bij Mackerras zeker de rijkere en meer genuanceerde stem, die vooral sensualiteit en gefrustreerde passie laat horen, terwijl bij Alexandrina Pendatchanska eerder razernij en bitterheid doorklinkt. Bovendien heeft zij meer last van vibrato en is de stem minder egaal. Al van in de eerste aria (Deh se piacer mi vuoi) forceert Pendatchanska haar stem, klinkt ze overdreven met een bovendien lelijk vibrato. Jacobs is snedig tot zelfs bijtend wat op de duur als een maniërisme overkomt en zelfs op het irritante en monotone af wordt. Dat kan OK zijn in een voorstelling als het ondersteund wordt door een scènehandeling in dezelfde stijl, maar niet in een auditieve opname. Dit wil niet zeggen dat Jacobs nooit lyrisch is(begin aria Non piu di fiori), maar het is zeker niet de hoofdtoon van zijn interpretatie. Een luxueuzere Sesto dan Magdelena Kozena kan je je – zeker na Susan Graham die op de DVD te horen was – niet voorstellen. Deze zangeres heeft gewoon een fluwelen timbre en een coloratuur die benijdenswaardig is. Bernarda Fink is zeker een goede vertolkster, maar ze kan niet op tegen Kozena, je hoort geregeld dat ze op een grens zit. Soms gaat ze ook overdreven beklemtonen, waardoor het natuurlijke van de zang èn de emotie in het gedrang komt. Die verhouding geldt zo een beetje voor de hele bezetting: Mark Padmore is een mooie Tito, met zijn verfijnd liedtimbre maar Rainer Trost geeft meer karakter aan zijn partij, Christine Rice is een zeer mooie Annio en Lisa Milne een gevoelvolle en geloofwaardige Servilia. Ook het samenkleuren van de stemmen wint zeker bij Mackerras en dat geldt zowel voor Servilia en Annio (Lisa Milne en Christine Rice) als voor Vitellia en Sesto, waardoor de duetten harmonischer zijn. Je krijgt bij Mackeras veel meer het gevoel dat je met personages en echte gevoelens te doen hebt, bij Jacobs met “zangers” die zo goed mogelijk een “partij” moeten brengen. De bezetting bij Jacobs op Harmonia Mundi is goed maar haalt voor mij net niet het niveau van die bij Mackerras. Als je naar een opera luistert voor de stemmen, dan gaat de voorkeur naar een zo goed als vlekkeloze DG en Mackerras, als je luistert voor de aparte benadering dan heb je bij Jacobs zeker stemmen die OK zijn. De orkesten zijn in beide gevallen en elk in hun specifieke stijl topklasse.

Lucrèce Maeckelbergh

Klara's oordeel