Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Ockeghem: Missa Caput

Ockeghem: Missa CaputBlijf verwonderd!

Uitvoerders: Grandelavoix o.l.v. Björn Schmelzer Label: Glossa GCD P32101
Ockeghem: Missa Caput

Ockeghem: Missa Caput

Programma: Johannes Ockeghem: Missa Caput. Parijse machicotage voor het mandatum ritueel.

Nooit klonk Ockeghem rauwer en extatischer dan in de handen van de Belgische plainchant-expert Björn Schmelzer, en uit de kelen van diens ensemble Graindelavoix. De Missa Caput wordt in het ruimere kader van het Mandatumritueel gesitueerd, de voetwassingstraditie die in de Gallicaanse traditie tot de liturgie van Witte Donderdag behoort. Tijdens de pedilavium wordt een stel specifieke antifonen gezongen, waarvan het laatste – Venit ad Petrum – de basis vormt voor Ockeghems Missa Caput, zo genoemd omdat de cantus firmus waarrond de polyfone structuur gebouwd is, het lange melisme op het slotwoord caput van het antifoon is. Naast een liturgische, heeft deze cd ook een musicologische ambitie, i.e. ons vertrouwd maken met de specifiek Parijse praktijk van de machicotage, het weelderig (en volgens niet-Parijzenaars overdreven) ornamenteren van een Gregoriaanse lijn. Dat Gregoriaans in de Middeleeuwen niet zo monotoon en bloedeloos gezongen werd als Spaanse hitparademonniken ons willen doen geloven, is sinds het pionierswerk van Marcel Pérès genoegzaam bekend. De vergelijking met Pérès is overigens allerminst gratuit: Schmelzer reconstrueert het Gregoriaans net zoals Pérès door de historische aanwijzingen aan te vullen met inzichten uit nog levende meditterane zangtradities. Dat procédé levert sensationele lijnen op, die vaak nog wendbaarder en dynamischer zijn dan bij Pérès. Het zou verkeerd zijn te zeggen dat Schmelzer zijn zangers goed in hand heeft. Dit is geen klassieke zangopstelling waarbij zangers passief aanwijzingen opvolgen van een maestro di capella: de verworvenheden van machicotage als een praktijk die Gregoriaans boeiender en stuwender maakt, zijn zo sterk geïnternaliseerd dat ze tot het collectieve (onder)bewustzijn van de zangers lijken te behoren, wat het geheel een enorme geloofwaardigheid geeft. Dat de stemmen in Graindelavoix niet zo indrukwekkend zijn als in Pérès’ Ensemble Organum (iets waarvan Schmelzer zich blijkens de uitstekende toelichting in het cd-boekje terdege bewust is), maakt in dit verband niet zoveel uit, want Graindelavoix is een levend organisme, geen verzameling solisten die elk verantwoordelijk zijn voor hun fouten. Wat deze cd werkelijk bijzonder maakt is dat Schmelzer zijn inzichten niet tot de Gregoriaanse antifonen beperkt, maar ook op Ockeghem toepast. Van alle polyfonisten is Ockeghem de meest enigmatische, met zijn lange, ononderbroken lijnen, en de schitterende harmonieën die spontaan lijken op te borrelen uit de toevallige botsingen van die kronkelende lijnen. Schmelzer maakt dan ook komaf met de interpretatiepraktijk die Ockeghems werk vanop panoramische afstand als een geheel bekijkt; want dat haalt de spankracht uit de invididuele lijnen, en neutraliseert het contrast tussen de intieme passages en de extatische tutti’s. En dus wordt de Missa Caput, net zoals de antifonen waarop hij gebaseerd, is van binnenuit opgebouwd, door individuele stemmen en timbres die niettemin onlosmakelijk deel uitmaken van een groter organisme dat zichzelf reguleert, en alert kan reageren op de duizelingwekkende dynamische wendingen in Ockeghem. Doordat Schmelzer de mis een kwart naar beneden transponeert, kunnen ook de hoogste partijen door mannen gezongen worden, wat extra homogeniteit in kleur en boventonen geeft. En dus beweegt deze Ockeghem zich tussen de extremen van broeierige intensiteit en geschreeuwde extase. Ik kan me voorstellen dat luisteraars die gewend zijn aan de ingehouden, loepzuivere lijnen van ensembles als Huelgas, moeite zouden kunnen hebben met de rauwheid en de directheid van het gebodene. Maar de liturgische geloofwaardigheid van deze benadering, en de ongelooflijke kracht van muziek die tot nu toe alleen maar als “mystiek” beschouwd werd, maken van deze cd een must voor elke polyfonieliefhebber….

Stefan Grondelaers

Klara's oordeel