Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Ontstellend goede verhalen van de Zwitserse Kafka

Ontstellend goede verhalen van de Zwitserse KafkaKunst & Cultuur

Op de Boekenbeurs in Antwerpen verdedigde Christophe Vekeman vol vuur de verhalen van de Zwitserse schrijver Friedrich Dürrenmatt. Kafkaëske verhalen waartegen het werk van Kafka zelf bleek afsteekt, zowaar!
Athenaeum

Friedrich Dürrenmatt, De val - Pech - Smithy

De Zwitser Friedrich Dürrenmatt, gestorven in 1990 op zeventigjarige leeftijd, kan je kennen als schilder of als toneelschrijver met een fanatieke voorkeur voor de groteske komedie en de avant-gardistische klucht, maar zelfs mensen bij wie zijn naam geen belletje doet rinkelen, hebben mogelijk al genoten van de verfilming van een roman van hem – en dan denk ik in de eerste plaats aan zijn boek Das Versprechen uit 1958, dat in 2001 door Sean Penn op het witte doek werd gebracht als het fantastische The Pledge, met Jack Nicholson in een van de vele rollen van zijn leven.

Das Versprechen – in het Nederlands als De belofte vertaald – droeg als ondertitel Requiem auf den Kriminalroman, en ook de drie verhalen, ‘De val’, ‘Pech’ en ‘Smithy’, die nu in bundelvorm zijn verschenen, hebben alle met misdaad, macht, moraal, recht en geweten te maken – thema’s waar Dürrenmatt, zoon van een dominee, zijn leven lang buitengewoon sterk in was geïnteresseerd.

De drie verhalen stammen telkens uit een ander decennium, en al zijn ze alle drie ontstellend goed, toch is het tweede en oudste het beste. ‘Pech’ dateert van 1955 en begint met een literair-filosofische bespiegeling over de mogelijkheden die een schrijver heeft wanneer hij noch de wens koestert zichzelf uit te drukken, noch de een of andere boodschap aan de lezer te verkondigen heeft. Waarover dient zo’n schrijver het dan te hebben? Wat is werkelijk universeel, belangt iedereen aan en is voor gelijk welk mens herkenbaar? Wel, stelt Dürrenmatt, dat is niet God of gerechtigheid, niet ‘het fatum zoals in de Vijfde Symfonie’, maar wel: pech.

Friedrich Dürrenmatt

En pech is ook wat de vijfenveertigjarige vertegenwoordiger Alfredo Traps heeft wanneer het op een avond voorvalt dat zijn wagen het eensklaps begeeft terwijl hij zich op een afstand van een uur rijden van vrouw en kroost bevindt. Deels omdat hij te lamlendig is het hele eind te stappen naar het treinstation, deels omdat hij stiekem hoopt op een buitenechtelijk avontuurtje, besluit hij logement voor de nacht te zoeken, en zo belandt hij in ‘een villa waar ze wel eens mensen onderdak verleenden’. Zijn gastheer daar blijkt een bejaarde man te zijn, en wanneer even later het bezoek volgt van nog drie oude mannen, in het gezelschap van wie de dis zal worden genoten, is algauw heel duidelijk dat van enig seksueel vertier geen enkele sprake zal zijn. Maar daar staat, zo vindt Alfredo zelf, blijkbaar wel iets tegenover, iets bijzonder aanlokkelijks en interessants: het driekoppige bezoek bestaat uit een voormalige rechter, een voormalige officier van justitie en een gepensioneerde advocaat, en de mannen houden ervan om ’s avonds hun ‘oude beroepen te spelen’. Ze ‘spelen rechtbank’, met andere woorden, en wat wil die avond het geval? Dat alleen ‘de functie van verdachte’ nog vacant is…

Geestdriftig – en alsmaar geestdriftiger wordend door toedoen van de wild stromende wijn – stelt Traps zich bereid om in de lege beklaagdenbank plaats te nemen. Hij meent immers niets te verliezen te hebben en ervaart het in zijn overmoed niet als een teken aan de wand dat zijn advocaat maar bedenkelijk kijkt wanneer die vraagt: ‘U voelt zich onschuldig, meneer Traps?’ Om er even later aan toe te voegen: ‘Het is levensgevaarlijk, zacht uitgedrukt, om tegenover onze rechtbank onschuldig te willen zijn.’ En hoezeer dat klopt, blijkt wel uit het even verrukkelijke als onthutsende vervolg…

Dürrenmatt paart het sinistere aan het geestige, het filosofische aan het spannende.

Ook het openingsverhaal van de bundel, uit 1971, is van dien aard dat je onvermijdelijk aan Kafka denken moet, maar dan op zo’n manier dat je zin krijgt om diens werk onmiddellijk te gaan herlezen en het toch maar niet doet omdat je bang bent dat het na Dürrenmatt tegen zal vallen. In ‘De val’ bevinden wij ons in een vergaderzaal in wat duidelijk de een of andere Oostblokstaat is. Aan tafel zitten dertien mannen van het Politbureau, alle aangeduid met telkens louter een initiaal, al hebben zij ook bijnamen als daar zijn ‘De Wilde Zeug’, ‘De Ballerina’, ‘De Schoenpoetser’, ‘De Eunuch’ en ‘Lord Evergreen’. De onrust is groot, daar de ‘Minister van Atoom’, ‘O’ genaamd, niet voor de vergadering is komen opdagen: waarschijnlijk is hij uit de weg geruimd. Geen van de mannen aan tafel, immers, hoe machtig zij ook stuk voor stuk zijn, wordt door die macht doeltreffend beschermd. Integendeel, niets blijkt zo kwetsbaar te maken als juist macht, en het bezitten ervan is iets wat je terecht de rillingen over de rug rennen laat en maakt dat wantrouwen te allen tijde gepast is, tegenover iedereen. En zo is, in deze wereld op zijn kop en misschien wel tout court, wat door elkeen wordt nagestreefd tezelfdertijd het ergste wat je kan overkomen…

Het laatste en kortste verhaal van de bundel, ‘Smithy’ getiteld en daterend van de jaren zestig, speelt zich dan weer af in de onderwereld van New York en gaat over iemand die in zijn levensonderhoud voorziet door lijken – slachtoffers van misdaden – te laten verdwijnen. Ook dit verhaal slaagt er net als de andere twee op curieuze, virtuoze wijze in het door en door sinistere aan het geestige te paren, het filosofische aan het spannende, en het stilistisch barokke aan vlot leesplezier. Wat dat laatste betreft: door de lengte van zijn zinnen en zijn enigszins nerveuze stijl wil het wel eens een pagina of anderhalf duren eer je aan de specifieke schrijftrant van Dürrenmatt in deze verhalen gewend bent, maar algauw blijken zijn lange zinnen telkens de vergelijking met koorden te kunnen doorstaan – koorden die zich kronkelend om je heen wikkelen, van geen verzet willen weten en je genadeloos topschrijver Dürrenmatts wondere wereld binnentrekken.

Christophe Vekeman

'De val - Pech - Smith' van Friedrich Dürrenmatt is verschenen bij Athenaeum
Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Gerrit Valckenaers

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram