Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Op drift

Op driftKunst & Cultuur

Een roman van de Tsjechische diplomaat Egon Hostovsky uit 1947 herinnerde Christophe Vekeman aan één van zijn literaire vaders: Joris-Karl Huysmans.
Zirimiri

Egon Hostovsky, Vreemdeling zoekt kamer

Egon Hostovský (1908-1973) was een landgenoot van en werd bewonderd door Milan Kundera, mocht Stefan Zweig rekenen tot zijn bloedverwanten en was bevriend met Graham Greene, maar toen ikzelf van Vreemdeling zoekt kamer de korte inhoud vernam – een Tsjechische dokter slaagt er in New York maar niet in, al heeft hij dan geld genoeg en is hij het soort van man die achteloos in staat is de alledaagse avondmaaltijd de luister van een kerstdiner bij te zetten, om een goede verblijfplaats te vinden waar hij aan een geschikte tafel het wetenschappelijke boek kan schrijven waarvoor hij een werkbeurs heeft gekregen – kwam eerst en vooral toch de naam van een van mijn eigen literaire vaders in mij op, namelijk Joris-Karl Huysmans. In 1882 publiceerde die namelijk een verrukkelijke novelle, A Vau l’eau getiteld, waarin hoofdfiguur Folantin zestig pagina’s lang even onverdroten als succesloos op zoek gaat, niet naar een kamer met tafel maar wel naar een maaltijd die beantwoordt aan de meest elementaire basisvormen van de smakelijkheid. Op drift, zoals A Veau l’eau in het Nederlands is vertaald, was naar diens eigen zeggen overigens bij het schrijven van zijn romandebuut La Nausée een rechtstreekse inspiratiebron voor Jean-Paul Sartre, een schrijver met wie Egon Hostovský op zijn beurt weer regelmatig vergeleken is en wordt.

We hebben hier kortom te maken, zoveel mag duidelijk wezen, met literatuur die niet zozeer realistisch wil zijn als dat zij een bepaald levensgevoel tot uitdrukking wil brengen, of een bepaalde levensvisie, welke visie zich, zoals aan het einde van Op drift, laat samenvatten door de oneliner van Schopenhauer die stelt dat het leven van een mens zich beweegt als een slinger tussen verdriet en verveling. Anders gezegd: zolang het verlangen niet bevredigd wordt, zwaait de frustratie de plak, en wordt het verlangen wel vervuld, dan is het nog erger en treedt zelfs wie weet de dood in.

Zirimiri
Egon Hostovsky

Toch is Vreemdeling zoekt kamer niet louter allegorisch of symbolistisch van aard, en dat merken we moeiteloos wanneer wij er de biografie bijhalen van de Joodse Hostovský, die in 1939 in de Benelux belandde in dienst van het Tsjechische Ministerie van Buitenlandse Zaken, na het begin van de Tweede Wereldoorlog naar Parijs verkaste, en na de Duitse bezetting van deze stad in 1940 via Portugal naar de Verenigde Staten vluchtte. Toen de oorlog afgelopen was, ging hij opnieuw in zijn geboorteland wonen, tot de communistische staatsgreep van 1948 hem noopte wederom zijn heil te zoeken in het buitenland en hij ditmaal via Denemarken en Noorwegen zich definitief in de Verenigde Staten settelde. Zoals Huysmans ook in werkelijkheid met zijn personage Folantin gemeen had dat hij een heuse kieskauwer was en door een zwakke spijsvertering geplaagd werd, zo is het ook in het geval van Hostovský kortom niet moeilijk na te gaan waar hij de inspiratie vond voor zijn eigen hoofdpersoon dokter Marek, die op zeker moment verzucht: ‘Gast zijn, eeuwig gast zijn – ondermijnt het zelfvertrouwen’.

Maar dokter Marek, volgens sommigen een ‘rare snijboon’, volgens anderen ‘een gek of een heilige’, die soms al biddend lijkt te staan telefoneren met de heilige Maagd, is niet het enige personage dat lectuur van Vreemdeling zoekt kamer zo bijzonder prettig maakt. De wereld van Hostovský blijkt er immers zo een te zijn waarin conversaties worden gelardeerd met geruststellingen als ‘Neemt u nog wat koffie en slurp maar gerust, ik vind dat gesmak van u niet erg’, en waarin verveelde feestgangers de avond trachten door te komen door kruimels van een tafel te rapen, ze onder de vingernagels te drukken en ‘ze vervolgens met de hoek van een envelop weer los te peuteren’. Iemand anders maakt zich alleen maar niet van kant ‘doordat hij graag een afscheidsbrief wil achterlaten, een soort apologie en testament, maar in bed kun je niet schrijven’ en ‘de weg van het bed naar de tafel is onvoorstelbaar vermoeiend’, terwijl de oorlogsveteraan in kwestie overdag dan weer liever zijn tijd en energie besteedt aan het slempen van alcohol dan aan het in de weer zijn met pen en papier. En zo blijkt dus ten overvloede dat ook de mensen die wél een kamer en een tafel hebben, er in wezen niet beter af zijn dan dokter Marek – maar dat is uiteraard geen troost voor hem, daarvoor is hij zelf lang niet kwaadaardig genoeg…

Vreemdeling zoekt kamer is een zeer treurig en zeer onderhoudend en vermakelijk boek, dat op de koop toe heel fraai uitgegeven is door de kleine maar kennelijk fijne uitgeverij Zirimiri Press. Voor Op drift van Huysmans kunt u terecht in het enige echte Grote Toevluchtsoord In Bange Tijden, ook wel ‘bibliotheek’ genoemd.

Christophe Vekeman

'Vreemdeling zoekt kamer' van Egon Hostovsky is verschenen bij Zirimiri Press
Uit het Tsjechisch vertaald door Edgar de Bruin

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laten ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en volg Pompidou ook via Instagram