Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Op een hoogst spectaculaire manier doodgewoon

Op een hoogst spectaculaire manier doodgewoonKunst & Cultuur

Wijlen Joost Zwagerman bezong in zijn dikke essaybundel Americana het oeuvre van de Amerikaanse schrijver John Updike. Christophe Vekeman treedt hem bij, nu 'Je minnaar belde net' opnieuw werd uitgegeven door Brooklyn.
Cover van het boek

John Updike, Je minnaar belde net, uitgeverij Brooklyn

Sinds John Updike in 2009 op zevenenzeventigjarige leeftijd overleed, geldt hij, samen met onder meer Tolstoi en Joyce, als een uitstekend voorbeeld van het feit dat ook de allergrootsten soms een leven lang naast de Nobelprijs Literatuur blijven grijpen. En zoals de verklaring van het niet-winnen van de Prijs door Tolstoi moet worden gezocht in diens bekering op latere leeftijd tot een radicale vorm van het christendom, en het ongetwijfeld de scabreuze taal en dito masturbatiescène in Ulysses geweest zijn die Joyce parten hebben gespeeld, daar wordt vrij algemeen aangenomen dat het de betrekkelijke doodgewoonheid van Updikes personages en romanwerelden was die hem uit Stockholm weghield.

Updike, namelijk, was literair gesproken de ‘King of Suburbia’, en althans van zijn bekendste en beste romans en verhalen waren de hoofdpersonen huisvaders die, kort door de bocht uitgedrukt, in de stormen van het leven heen en weer werden geslingerd tussen gewetensvolle godsvrucht en het driftige verlangen naar schoonzus, buurvrouw of winkelkassierster. Wat overigens niet betekent dat de wereld en vooral dan de Amerikaanse samenleving geheel buiten gezichtsbereik bleef in Updikes werk. Denk maar aan zijn magnum opus, de zogeheten ‘Rabbit’-cyclus over de genaamde Harry Angstrom, waarvan het eerste deel verscheen in 1960, het tweede in 1971 en zo verder, tot de vijfde aflevering in 2001 het licht zag. Elke tien jaar, kortom, maakte Updike de balans op van leven en welzijn van zijn ouder wordende hoofdfiguur, met als gevolg dat de reeks een unieke kijk te bieden heeft op de veranderingen die in de tweede helft van de twintigste eeuw op het gebied van morele, sociale, culturele en seksuele mentaliteit in het alledaagse leven in Amerika hebben plaatsgegrepen.

De doodgewoonheid van Richard en Joan verwerven bij Updike de allure van iets grandioos.

Ook de verhalen in Too Far to Go werden in de loop van vele jaren geschreven, meer bepaald tussen 1956 en 1979. De eerste Nederlandse vertaling van het boek verscheen in 1981 onder de titel Een huwelijk in afleveringen. Het verhaal van de Maples. In 1994, echter, publiceerde Updike nog een laatste, extra verhaal over het stel, en dat vormt nu het slotstuk van de tweede, geheel herziene en dus tevens uitgebreide druk, zopas bij de gloednieuwe uitgeverij Brooklyn verschenen onder de titel 'Je minnaar belde net'.

Het verhaal van de Maples is dat van Richard en Joan, die wij aan het begin van het boek leren kennen als zij bijna een jaar getrouwd zijn en zopas hun intrek hebben genomen in hun nieuwe woonst, waar zij bezoek hebben van een door Richard meteen al zeer aantrekkelijk bevonden vriendin. In het tweede verhaal zijn we ruim zes jaar verder en mag het koppel ondertussen liefst drie kinderen de hunne noemen, in het derde verhaal zijn Richard en Joan negen jaar gehuwd, ‘eigenlijk te lang’, zoals het er staat, en is gescharrel en overspel schering en inslag. De scheiding die aan het einde van het boek, dat alles samen achttien verhalen telt, een feit zal zijn, is in het vierde verhaal nog een onmogelijkheid, en uit dat verhaal komt de volgende passage, want soms zegt één alinea van de hand van de meester meer dan tienduizend woorden van de boekbespreker: ‘Hun liefdesleven bleef doorgaan, als een pervers gezond kind dat tegen elk voedselgebrek in blijft groeien; als hun tongen eindelijk stilstonden, zonken hun lichamen neer als twee stille legers waarvan de manschappen dankbaar vriendschap sluiten als ze zijn bevrijd van de absurde vijandigheid die was verordonneerd door twee krankzinnige koningen. Bloedend, verminkt, keer op keer plechtig ten grave gedragen, was hun huwelijk niet in staat te sterven. Brandend van verlangen bij elkaar weg te gaan gingen ze samen weg, zo vast zaten ze in hun huwelijkspatroon. Ze gingen naar Rome.’

U merkt het: de doodgewoonheid van Richard en Joan, en de alledaagsheid van een mislukkend huwelijk, verwerven bij Updike de allure van iets grandioos, en zelfs Updikes beschrijving van een witte kool in de supermarkt is waarlijk spectaculairder om te lezen dan het waargebeurde relaas van een tocht door de hel van de meeste andere schrijvers. Maar het mooiste is nog dat de veelgeprezen, zeer opzienbarende stijl van Updike niet louter kan worden omschreven aan de hand van termen van techniek of virtuositeit. Een groot deel van de kwaliteit ervan hangt immers rechtstreeks samen met het liefdevolle diepe inzicht dat hij aan de dag legt waar het zijn personages – zowel de man als de vrouw als de kinderen – betreft. ‘Liefdevolle’, zeg ik, want hoe groot het inzicht van de schrijver ook mag zijn, toch maken de personages nooit een doorzichtige indruk op ons, laat staan dat Updike op hen neerkijkt of zij de neiging hebben karikaturaal op ons over te komen: hoe meer Updike vertelt – en hij vertelt erg veel; hij is allesbehalve woordschuw –, hoe groter en ook fascinerender het mysterie wordt dat, zo lijkt Updike in al zijn boeken, maar zeker ook in 'Je minnaar belde net', te willen zeggen, overal aanwezig is waar twee of meer mensen samen zijn.
‘Hartverwarmend’ en ‘geniaal’ is in de kunst een zeer zeldzame combinatie – net dat maakt Updike in mijn ogen nóg genialer.

Christophe Vekeman

'Je minnaar belde net' van John Updike is uitgegeven door Brooklyn.
Uit het Engels vertaald door Tineke Funhoff, Jan Donkers, Willem van Toorn

 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.