Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Op weg naar meer

Op weg naar meerKunst & Cultuur

Op 8 april aanstaande zal het precies tien jaar geleden zijn dat Gerard Reve op tweeëntachtigjarige leeftijd aan de gevolgen van Alzheimer overleed, en wellicht naar aanleiding daarvan heeft De Bezige Bij zonet het befaamde Op weg naar het einde heruitgegeven in een aantrekkelijke midprice-editie.
Cover van het boek Op weg naar het einde

Op weg naar het einde

Daarmee is Reve, schrijver van een metersbreed oeuvre dat tot de rijkste, mooiste en belangwekkendste van de gehele Nederlandstalige literatuur behoort, meteen een heel pak beter in de boekhandel vertegenwoordigd dan vóór de betreffende herdruk, want afgezien van de door Nop Maas vervaardigde, driedelige biografie over Reve, een aantal brievenboeken en Reves romandebuut De avonden, was er van de hoe dan ook met stip grootste stilíst van de zogenaamde ‘Grote Drie’ onbegrijpelijk genoeg geen werk meer leverbaar. Meesterwerken als Nader tot U en Bezorgde ouders kan je dus louter nog in een tweedehandse context op de kop tikken, waarmee ik maar wil zeggen: als nú de westerse beschaving niet in ijltempo bezig is ten onder te gaan, wanneer dan wél?

Maar niet gezeurd en, om het met Reve zelf te zeggen, ‘moedig voorwaarts’, want thans is er dus Op weg naar het einde, het boek dat in december 1963 verscheen en dat voor de toen veertigjarige Gerard Reve – op dat moment nog Gerard Kornelis van het Reve geheten – op verschillende gebieden de grote doorbraak betekende. Niet alleen – hoewel dus ook – op het vlak van verkoop en beroemdheid, maar vooral in literair en persoonlijk opzicht. Kort gezegd kan je stellen dat de Reve zoals wij hem ons vandaag herinneren, pas met Op weg naar het einde in vol ornaat is opgestaan.

Het boek bestaat uit zes lange brieven aan de lezers van het door Geert van Oorschot uitgegeven literaire tijdschrift Tirade, in de redactie waarvan Reve zetelde, en op basis van deze tijdschriftpublicaties, dus nog vóór Op weg naar het einde was verschenen, had ene senator Algra al vragen gesteld in de Eerste Kamer, waar hij onder meer schande sprak over de ‘niets ontziende brutaliteit’ waarmee Reve homoseksualiteit gelijkwaardig stelde aan ‘het wonderlijke liefdesspel tussen man en vrouw’. Afgezien van een enorme hoop gratis publiciteit voor Reve was dit nog maar een voorproefje van wat er enkele jaren later zou gebeuren, toen hij ten tijde van Nader tot U voor de rechtbank zou worden gedaagd wegens blasfemie, – het zogeheten ‘Ezelsproces’.

En daarmee zijn meteen de twee voornaamste inhoudelijke ‘nieuwigheden’ genoemd die met Op weg naar het einde hun intrede doen in het werk van Reve: openlijk beleden homoseksualiteit en religie, die bijvoorbeeld beide mooi samenkomen in een passage als ‘De ergste menselijke zonde is de bereidheid zich in een hoek te laten trappen. Ik wil niet in een hoek of verborgen kelder leven. Dat kan ik niet. Zo iets geweldigs is het leven nu ook weer niet: ik bedoel dat ik, als ik in zedelijk opzicht niet waardig, met opgeheven hoofd kan leven, dan maak ik er een eind aan, want met minder neem ik geen genoegen, al neemt dat hele leger van fluweeldragende kirders er wel genoegen mee. Ik ben een schepsel Gods, en geen karikatuur.

Wat daarnaast, maar dan in stilistisch opzicht, óók zijn intrede doet in deze brievenbundel-die-leest-als-een-roman, zijn de zeer opulente, dikwijls de lengte van een halve pagina ruim overschrijdende volzinnen die het lezen van Reve altijd tot zo’n groot plezier dan wel, voor mensen die het Nederlands nooit echt helemaal onder de knie hebben gekregen, tot zo’n onmogelijke opdracht maken. Andere wezenskenmerken van Reve die in deze brieven tot grote bloei komen zijn zijn neiging tot literaire zelfreflectie (Reve mag het graag hebben over zijn worsteling met het schrijven), zijn drankzucht, zijn preoccupatie met de dood, zijn eenzaamheid en natuurlijk ook zijn ironie, die onder meer tot uitdrukking komt in ondertussen klassiek en gevleugeld geworden citaten als ‘Er is niets tegen geoudehoer, zolang er maar Gods zegen op rust, dat is wat ik altijd zeg’, ‘Niets onmenselijks acht ik mij vreemd’ en ‘“Uit de schatkamers van mijn geest” verrijk ik tenslotte mijn volk en daarmede, zij het indirekt, de gehele mensheid’. Voeg daarbij kenschetsen van collega-schrijvers als ‘de oude bosneuker Henry Miller’, ‘het doodzieke aapje N.’ (over Cees Nooteboom) en het ‘kromgegroeide cherubijntje Norman Mailer’, en je begrijpt wat Reve bedoelde toen hij in zijn latere jaren zijn oeuvre herlas en tot het volgende oordeel kwam aangaande zichzelf: ‘Wat een grappenmaker!

Hopelijk dus is de heruitgave Op weg naar het einde een eerste stap op weg naar meer.

Christophe Vekeman over Op weg naar het einde van Gerard Reve, verschenen bij De Bezige Bij

Quotering: rode botjes (= overweldigend goed)

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Gerrit Valckenaers

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram