Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Rachel Podger - Brecon Baroque - J.S. Bach

Rachel Podger - Brecon Baroque - J.S. BachBlijf verwonderd!

Uitvoerders: Rachel Podger, viool; Johannes Pramsohler, viool; Bojan Cicic, viool; Marcin Swiatkiewicz, klavecimbel; Katy Bircher, fluit; Alexandra Bellamy, hobo; Brecon Baroque Label: Channel classics CCS SA 34113
Rachel Podger - Brecon Baroque - J.S. Bach

Rachel Podger - Brecon Baroque - J.S. Bach

Programma: Johann Sebastian Bach: Concerto in d voor 2 violen, strijkers en b.c. BWV1043 - Concerto in a voor klavecimbel, fluit, viool, strijkers en b.c. BWV1044 -Concerto in c voor viool, hobo, strijkers en b.c. BWV1060 - Concerto in D voor 3 violen, strijkers en b.c. BWV1064

Het was violiste Rachel Podger zelf, die in 2007 het ensemble Brecon Baroque oprichtte, met als doel het als een ensemble-in-residence in te zetten voor het jaarlijkse Brecon Baroque Festival. Het werd, zoals zo vaak bij deze ensembles, een uit verschillende nationaliteiten samengestelde groep muzikanten, een combinatie ook van oude-rotten-in-het-vak en jonge musici, die dikwijls nog bij Podger studeerden. In 2010 maakten Rachel Podger en Brecon Baroque al een erg gewaardeerde opname van de vioolconcerto's van Bach. Nu zetten ze de Bach-reeks voort met dubbel- en triple-concerto's van de meester. Meteen al bij de inzet van het beroemde concerto voor twee violen vallen de vertrouwde kwaliteiten van deze soliste en haar kleine, enkelvoudig bezette ensemble op, d.w.z. spontaan, vrij en energiek samenspel, levendige dialogen en een kleurrijke, beweeglijke samenklank. Het daaropvolgende concerto in a BWV1044 is in feite een klavecimbelconcerto verrijkt met de timbres en kleuren van de fluit en de viool, dezelfde bezetting dus als die van het vijfde Brandenburgs Concerto. Het wordt hier door klavecinist Marcin Swiatkiewicz, fluitiste Katy Bircher en natuurlijk Rachel Podger fris en met verbeelding uitgevoerd. De beide andere concerto's, dat voor viool en hobo (BWV1060R) en dat voor drie violen (BWV1064R), zijn reconstructies: van beide werken bleef alleen een versie voor klavecimbels bewaard. Maar wat maakt het uit, als ze zo expressief en verfijnd (het continuo in het openingsdeel van 1064R!) gespeeld worden en zo gloedvol opgenomen zijn als hier?

Bart Tijskens

Klara's oordeel