Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Revolusi - Aflevering 1

Revolusi - Aflevering 1Blijf verwonderd!

Het Nederlands koloniaal avontuur begint niet met een honger naar grond, maar met een verlangen naar smaak. Specerijen!
Rijksmuseum Amsterdam

Luka van Diepen

De gevangenneming van prins Diponegoro door generaal De Kock – Nicolaas Pieneman, 1830

In 1596 bereikt Cornelis de Houtman als eerste Nederlander de westkust van Java, vanwaar hij doorreist naar Bali. Terwijl hij hier en daar wat specerijen inslaat, laat hij overal een spoor van vernieling achter. De opbrengsten van deze historische reis zijn maar net genoeg om de kosten te dekken, maar de weg naar ‘de Oost’ ligt open.
De jaren daarna staan bekend als die van de ‘wilde vaart’: tal van Hollandse en Zeeuwse zeevaarders trekken erop uit. Tussen de verschillende rederijen ontstaat een verschroeiende concurrentie.
In 1602 besluit de Staten Generaal alle bestaande rederijen onder te brengen in één enkel bedrijf, de roemruchte Verenigde Oost Indische Compagnie (voc), dat het monopolie krijgt op de handel met het Oosten. 3 jaar later neemt de voc, geholpen door de plaatselijke bevolking, het Portugese fort op Ambon over. En nog eens twee jaar later vestigt Nederland zich op Ternate en Banda Neira, twee andere eilanden in de Molukken.

In 1619 besluit Jan Pieterszoon Coen, het hoofd van de Nederlandse operaties in Azië, het voc hoofdkwartier van de Molukken naar West Java te verplaatsen, meer dan drieduizend kilometer westelijker. Het vredige haventje ‘Jayakarta’ aan de noordkust ligt op een kruispunt van zeilroutes, beschikt over een goede haven en heeft drinkwater en timmerhout in overvloed: ideaal om schepen te repareren, goederen op te slaan, manschappen rust te gunnen en nieuwe afvaarten te organiseren. Coen verjaagt er de Britten die er een handelspost bezitten en legt de plaatselijke nederzetting in de as. Met behulp van slaven bouwt hij een nieuwe nederzetting op. Batavia is geboren. Met zijn grachten, windmolens en ophaalbruggen groeit het uit tot een tropische versie van Amsterdam.

Tegen het midden van de 17de eeuw beschikte de voc, de ‘Loffelijcke Compagnie’, over de grootste handelsvloot van Europa dat het monopolie weet te verwerven over de handel in specerijen. Geweld wordt daarbij niet geschuwd. Wanneer in 1621 blijkt dat Banda, tegen de afspraken in, nog steeds nootmuskaat levert aan andere landen en maatschappijen, zendt Coen er een strafexpeditie heen: het hele eiland wordt uitgemoord,.
Na 1650 laat de Compagnie maar liefst driekwart van alle kruidnagelbomen over de hele Molukken vellen, zodat geen concurrent er plezier aan kon beleven. Eilanden en dorpen die toch nog planten, worden onverbiddelijk afgebrand en verwoest.
Wanneer in de 17de eeuw specerijen uit de mode geraken door de opkomst van de Nieuwe Franse keuken hebben de Nederlanders geluk bij een ongeluk. Samen met het nieuwe eten groeit in Europa de interesse voor nieuwe koloniale luxeproducten: koffie, thee, suiker, tabak en cacao. De voc begint in 1707 met het verbouwen van koffie en thee op West Java; binnen twintig jaar zijn ze de grootste koffieproducent ter wereld. Het economisch zwaartepunt verlegt zich van de Molukken naar Java en Sumatra.
Maar die nieuwe gewassen vergen grond, veel grond. Nu gaat het niet langer om havens en boomgaarden, maar om uitgestrekte landbouwgebieden. De hele streek rondom Batavia wordt in cultuur gebracht; In het binnenland verovert de voc steeds grotere delen van het landschap op lokale heersers. Omstreeks 1750 heeft ze al de helft van Java in handen. Ook delen van Sumatra, Borneo en Sulawesi worden ingenomen, naast kleinere eilanden als Madura, Sumbawa en Sumba. Over sommige gebieden verwerft ze het oppergezag, maar het merendeel blijft in handen van inheemse vorsten die zich in ruil voor een schenking schikken naar het Nederlandse bestuur. Het verstandshuwelijk tussen lokale adel en koloniale machthebber is gesloten en zal eeuwenlang standhouden.
Batavia groeit uit tot een stad van 120.000 inwoners, maar het bestuur over dat uitdijende gebied wordt groter en ook duurder. De voc moet steeds meer personeel in de archipel stationeren en verspreiden, niet minder dan 35.000 man in 1750. De uitgaven lopen enorm op, de schuldenlast stijgt. Bovendien heeft in 1770 de Franse botanist Pierre Poivre scheuten van de muskaatboom naar Mauritius gesmokkeld. Nu is de voc ook dat oude monopolie kwijt. Wanneer tot overmaat van ramp de Britten vanaf 1780 andermaal ten oorlog tegen Nederland trekken en de zeevaart van en naar Batavia blokkeren is een faillissement onafwendbaar: op 31 december 1799 wordt de eens zo winstgevende Compagnie ontbonden. De Nederlandse staat neemt de hele onderneming over, inclusief alle schulden, samen goed voor 134 miljoen gulden. De Nederlandse staat, dat is sinds kort de ‘Bataafse Republiek’.
Wanneer de Bataafse Republiek in 1804 een vazalstaat van Frankrijk, wordt het ineens de vijand van Engeland en verliest het veel van zijn overzeese factorijen: de Kaap, Ceylon, Malakka, de kusten van India en tal van eilanden in de archipel. Alles welbeschouwd hield Neder land in Zuidoost Azië alleen nog Java en enkele steunpunten daarbuiten over. Tot 1806 gebeurde er niet veel, maar dan gaat Napoleon zich er rechtstreeks mee bemoeien. Om orde op zaken te stellen in Java, zeker met het oog op een mogelijke Engelse aanval, wordt Herman Willem Daendels naar Batavia gestuurd. De restanten van het voc leger, zo’n 9000 man sterk, bouwt hij uit tot een geducht leger van 20.000 man. Hij laat kazernes, kruithuizen, arsenalen en hospitalen bouwen, versterkt de haven van Surabaya en laat de Grote Postweg aanleggen.
Maar al zijn werk kan niet verhinderen dat de Britten in 1809 een zeeblokkade rond Java opwerpen. In 1811 wordt het hele eiland zelfs door de Britten ingenomen.

De nieuwe bestuurder heet Thomas Stamford Raffles. De macht van de lokale adel breekt hij verder af, enkel in Centraal Java mogen nog een paar vorstendommen bestaan. En omdat de grond die vroeger aan de vorsten toebehoorde nu van de staat is, moet elke boer bij wijze van pacht in principe een kwart tot de helft van zijn oogst afstaan. In de praktijk loopt het allemaal niet zo’n vaart, maar het invoeren van dit belastingstelsel is een cruciale stap in de uitbouw van de kolonie
Na het Congres van Wenen komt Java opnieuw onder Nederlands bestuur. De nieuwe grondwet geeft de koning alle macht inzake koloniale kwesties. De grond blijft eigendom van de staat en boeren krijgen een perceel in bruikleen, in ruil voor pacht in natura. In de Centraal Javaanse vorstenlanden mag de plaatselijke adel de grond verhuren. Wanneer dat laatste tot misstanden en uitbuiting leidt, schaffen de Nederlandse bestuurders het systeem af.
De Java oorlog (1825-1830) is de laatste mislukte poging van de oude Javaanse aristocratie om buitenlandse overheersing tegen te gaan. Grote delen van Midden Java worden bij de kolonie ingelijfd, enkel het zuiden blijft min of meer autonoom, in de vorm van vier vorstenlanden: Surakarta, Yogyakarta, Mangkunegaran en Pakualaman. De oorlog kost het leven aan 15.000 regeringssoldaten, onder wie 8000 Europeanen. Aan Javaanse zijde sterven vermoedelijk 200.000 inwoners.
Prins Diponegoro, de oudste zoon van de sultan van Yogyakarta groeit uit tot een icoon van het antikoloniale verzet. Hij wordt door Nederland op een lafhartige manier in de boeien geslagen en naar Sulawesi verbannen. ‘De Nederlanders hebben slechte harten’ schrijft hij tijdens zijn levenslange ballingschap.

In de zomer van 1830 scheidt een ander wingewest van Nederland zich af: België. Daardoor verliest het de zeer belangwekkende inkomsten uit de Gentse textielindustrie en de Waalse mijnbouw. Hoe die gederfde inkomsten te compenseren? Via de koloniën. De koning gooit de koloniale belastingen over een heel andere boeg: in plaats van telkens een deel van de oogst te innen, dwingt hij een deel van de lokale bevolking tot de kweek van winstgevende exportgewassen : het cultuurstelstel. Om die nieuwe belasting in natura te innen komt er een binnenlands bestuur. De gouverneur generaal, bijgestaan door de Raad van Indië, stelt overal Europese ambtenaren aan. Het hoogst in rang zijn de ‘residenten’ en ‘assistent residenten’. Zij staan eerst naast, maar later vooral boven de plaatselijke hoofden, de adellijke bestuurders van weleer, die voortaan ‘regenten’ worden genoemd. Veel regenten persen hun eigen bevolking decennialang genadeloos uit. In de jaren 1850 is het cultuurstelsel verantwoordelijk voor maar liefst een derde van de Nederlandse staatsinkomsten. Maar ondertussen verarmen zijn koloniale onderdanen wel dramatisch. Er breekt hongersnood uit in een van de meest vruchtbare gebieden ter wereld. Bij koortsepidemieën op Midden Java in de jaren 1846 en 1847 sterven tienduizenden mensen. Tegen deze schrijnende toestanden is het dat Multatuli te keer gaat.

Het gewraakte cultuurstelsel wordt vanaf die tijd stapsgewijs vervangen door het plantagestelsel. Rond de eeuwwisseling is Nederlands Indië de grootste leverancier van tropische producten ter wereld. Java is een van de belangrijkste suikerproducenten ter wereld geworden. Ook koffie, thee gaan de wereld over, naast kina (voor de kinine) en kapok (voor de matrassen). Het plantagestelsel blijkt een geweldig succes: de liberalisering van de landbouw heeft de productie spectaculair verhoogd. De sleutel tot dat succes is de eindeloze beschikbaarheid van goedkope arbeidskrachten. Op vele plaatsen wordt de boer die zich op zijn veldje afjakkert een werknemer in loondienst. Hij plukt koffiebonen op Oost Java, hakt suikerrietstengels op Centraal Java of staat voorovergebogen in de theetuinen van West Java.

De periode 1870 tot 1914 is qua gebiedsuitbreiding de belangrijkste: meer dan de helft van de kolonie werd nu pas ingenomen. Veruit het grootste conflict daarbij is de Aceh oorlog (1873-1914) De noordelijke punt van Sumatra, een gebied dat al van oudsher een traditionelere vorm van de islam aanhing, is de laatste grote blanco zone op de koloniale kaart, samen met Nieuw Guinea. De opening van het Suezkanaal in 1869 heeft het strategisch belang ervan vergroot: zeil en stoomschepen komen nu niet meer vanaf Zuid Afrika uit zuidoostelijke richting aangevaren, maar uit het noordwesten. Ze bereiken Batavia niet meer via de Straat van Soenda tussen Java en Sumatra, maar via de Straat van Malakka, die langs Aceh loopt. Het verre buitengewest is ineens de poort tot Nederlands Indië geworden! Daarom kan het maar beter onder Nederlandse controle komen. De Aceh oorlog wordt de langste van alle koloniale oorlogen. die aan meer dan 100.000 mensen het leven zal kosten.

Tegen 1914 is de klus geklaard: de Nederlandse driekleur wappert nu overal, van het noordwestelijkste puntje van Sumatra tot de lood rechte grens die Nieuw Guinea in tweeën klieft. Nederland bezit een kolonie die bijna vijftig keer zo groot was als het moederland. Het kleine landje bij de Noordzee had iets van zijn oude glorie herwonnen, een nieuwe Gouden Eeuw lijkt aangebroken. De Oost wordt een bron van grote, nationale trots.