Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Terugblikken op Vietnam

Terugblikken op VietnamKunst & Cultuur

Christophe Vekeman las voor ons 'In het leger van de farao' van Tobias Wolff. Een aangrijpend boek van een oorlogsveteraan over de Vietnamoorlog, waar ook de andere stem aan bod komt.
'In het leger van de farao' van Tobias WolffBrooklyn

Een aangrijpend verslag over de Vietnamoorlog

Tobias Wolff, geboren in Birmingham, Alabama, was dertig toen hij in 1975 zijn eerste roman publiceerde, maar zou pas goed en wel doorbreken toen hij in 1981, in één jaar tijd dus, twee verhalenbundels publiceerde en op die manier wist mee te profiteren van de wederopleving in Amerika van het short story-genre en van de daarmee gepaard gaande belangstelling vanwege publiek en media voor het zogeheten dirty realism van onder meer hemzelf en Raymond Carver.

Toch zou Wolff ook met zijn beoefening van een ander prozagenre hoge ogen scoren, met name met zijn memoirs. This Boy’s Life, bijvoorbeeld, verscheen in 1989, handelde over Wolffs jongelingschap in de jaren vijftig en werd later verfilmd met in de hoofdrol Leonardo DiCaprio en verder onder meer Robert De Niro en Ellen Barkin. Een tweede memoir dateert van 1994 en is nu eindelijk in het Nederlands vertaald als In het leger van de farao, waarin Wolff terugblikt op zijn periode als militair in het conflict eind jaren zestig in Vietnam, een oorlog die soms een vals gevoel van veiligheid bij de soldaten teweeg wist te brengen, zoals hij schrijft, omdat de Amerikanen niet bepaald met honderden tegelijk omkwamen in georganiseerde veldslagen: ‘We stierven een voor een, bijna terloops.’

Tobias WolffMark Coggins
Wolff blikt in zijn boek terug op zijn periode in Vietnam

Nu mocht, blijkt uit het boek, luitenant Wolff alles welbeschouwd niet klagen, zeker niet nadat hij tegen alle plannen in dan toch geen bevelvoerder over een eenheid van de Special Forces diende te worden, maar juist algauw werd overgeplaatst naar een oude provinciestad aan de Mekong, My Tho geheten, waar hij in de gelegenheid kwam te verkeren zich ‘een weldoener, een gulle gever, een beschermer’ te wanen, iemand die zich goed voelde in het gezelschap van – en zich omringd wist door – dankbare kinderen, verlegen en nieuwsgierig, ‘die om beurten over mijn behaarde armen streken en als speciale attractie mochten voelen aan mijn snor.’

Voor wie dit leest en als reactie bij zichzelf nu iets gewaarwordt als ‘Jakkes, wat een akelige, zelfgenoegzame man’: de kracht van dit proza bestaat uiteraard voor een groot deel uit Wolffs vermogen dit soort van subtiel ontluisterende bekentenissen aangaande zichzelf met ons te delen, en overigens neemt een en ander niet weg dat Wolff verscheidene keren wel degelijk door het oog van de naald is gekropen, bijvoorbeeld toen een Amerikaanse granaat onder zijn wagen rolde en vervolgens wonder boven wonder (‘de kans dat hij het niet zou doen was waanzinnig klein – vrijwel nihil, in feite’) niet tot ontploffing kwam, of toen hij op de ochtend dat het befaamde Tet-offensief losbarstte op de juiste plek op het juiste moment bleek te zijn en bijgevolg niet gewond raakte of overleed.

Overigens geldt kennelijk ook voor Wolff wat je wel vaker hoort over soldaten die in tegenstelling tot hun collega’s de oorlogshel overleven, namelijk dat ook wie van geluk mag spreken, het toch veel vaker over wroeging heeft, en over zichzelf aangeprate schuldgevoelens die rechtstreeks te maken hebben met de even absurde als onuitroeibare gewaarwording dat anderen in jouw plaats gestorven zijn en dus jouw ‘portie voor hun rekening’ hebben genomen.

Het was hoe dan ook allemaal meer dan voldoende voor Tobias Wolff, hoeveel kinderen er ook aan zijn snor hadden gevoeld en over zijn armen hadden gestreken, om na terugkomst in zijn vaderland het slachtoffer te worden van het al even typische falen om opnieuw in de oude, vertrouwde wereld van weleer te integreren. ‘Ik zei verschrikkelijke dingen zonder het te weten, totdat ik de reactie van de ander zag. Mijn lach klonk schamper en verbitterd, zelfs in mijn eigen oren. Als iemand mij de meest eenvoudige vraag over mijzelf stelde, reageerde ik koel en afstandelijk. Ik was eenzaam, maar deed er ook alles aan om dat te blijven.’

de kracht van dit proza bestaat uiteraard voor een groot deel uit Wolffs vermogen dit soort van subtiel ontluisterende bekentenissen aangaande zichzelf met ons te delen, en overigens neemt een en ander niet weg dat Wolff verscheidene keren wel degelijk door het oog van de naald is gekropen.

Niet het hele boek, dat bestaat uit hoofdstukken die zich elk afzonderlijk toch weer als short stories laten lezen, speelt zich dus in Vietnam af, en één van de beste gedeelten gaat er meer bepaald over hoe Tobias Wolff ooit in Vietnam – of in eerste instantie: in het leger – belandde. Dat had alles te maken, leren wij – en ook dit wordt weer op die kenmerkende toon van koelbloedige waarheidsliefde met betrekking tot zijn eigen beweegredenen en beschamende kleinmenselijkheden verteld –, met de mannen en meer bepaald dan met de schrijvers die hij in zijn jeugd vereerde en die allemaal in een oorlog hadden gevochten. Norman Mailer, bijvoorbeeld, en James Jones en vanzelfsprekend Hemingway, wiens stilistische invloed moeiteloos aanwijsbaar is in het werk van Wolff. En dan had je nog de vader van Tobias Wolff, een oplichter en bajesklant, wiens slechte voorbeeld tot gevolg had dat zijn zoon allesbehalve als hij wilde worden, maar daarentegen respectabel, rechtschapen en ‘een man van eer. Eer. Het woord alleen al heeft iets krijgshaftigs. Mijn vader was nooit in dienst geweest’.

En zo gaat In het leger van de farao over veel meer dan soldatenperikelen en de Vietnamoorlog. Meer specifiek gaat dit prachtboek erover dat wij net zo min onszelf of ons leven in de hand hebben als dat wij iets te zeggen hebben over het al dan niet tot explosie komen van de handgranaat die onder onze wagen gerold is.

Christophe Vekeman

'In het leger van de farao' is verschenen bij Brooklyn

Uit het Engels vertaald door Aad van der Mijn 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram