Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Tijdloos actueel

Tijdloos actueelBlijf verwonderd!

Renate Rubinstein was de koningin van de Nederlandse column. Dertig jaar na haar dood werden haar geschriften gebundeld in een nieuwe uitgave van Privé-domein. Christophe Vekeman vindt het frappant hoe columns van decennia geleden soms verbazend actueel blijven.

Renate Rubinstein blijft boeiend om lezen

Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan is een begin dit jaar verschenen bundel met teksten van Ischa Meijer, samengesteld en ingeleid door Ronit Palache, en die laatste gaat nu op de ingeslagen weg verder met het eveneens in de vermaarde Privé-Domeinreeks van De Arbeiderspers verschenen Bange mensen stellen geen vragen, een bloemlezing uit het werk van Renate Rubinstein, ook wel bekend als Tamar.

Het was onder dat pseudoniem dat zij, tweeëndertig jaar oud, op 9 september 1961 in de krant Vrij Nederland het stukje schreef, ‘Intree’ geheten, dat later te boek zou komen te staan als de allereerste column die ooit in Nederland verschenen is. Weliswaar had je in die tijd allang de zogeheten cursiefjes, zoals onder meer grootmeester Simon Carmiggelt die schreef, maar die gingen toch meer over het leven van alledag, en niet over de maatschappij en de grote wereld. Meer over de realiteit, minder over de actualiteit.

Rubinstein, daarentegen, had ‘wat te zeggen’, zoals zij het zelf uitdrukte. En ze zéí het ook, getuige Bange mensen stellen geen vragen, onverbloemd, recht voor de raap, maar gelukkig tevens met de broodnodige aandacht voor de formulering van een en ander.

De maatschappijkritische columns verdienen het nog altijd om gelezen te worden.

Niet dat zij het nooit, soms op de badinerende wijze van bijvoorbeeld Bomans en Carmiggelt, soms ook op veeleer wanhopige toon en met inzet van frappante openhartigheid, over zichzelf en haar privéleven had.

In het boek staan geestige stukjes over bijvoorbeeld het plezier van het roddelen of haar pogingen om te stoppen met roken, die bedoeld zijn prettig te worden weggelezen, maar in 1978 verscheen bijvoorbeeld ook het boek Niets te verliezen en toch bang, over ‘de paniek van de echtscheiding’.

In 1990 stierf zij en verscheen postuum Mijn beter ik, over het feit dat zij bijna tien jaar lang, tot zijn dood, de buitenechtelijke geliefde van Carmiggelt geweest was.

Toch zijn het de meer maatschappijkritische columns van Tamar die het, hoewel geschreven in de jaren zestig, zeventig en de tachtig van de vorige eeuw, vandaag het meest verdienen nog altijd te worden gelezen. Dat klinkt paradoxaal, daar aan de actualiteit gebonden stukjes door de bank genomen juist gedoemd zijn het snelst gedateerd te geraken of zelfs onbegrijpelijk te worden.

Dat dit bij Rubinstein niet het geval is, zal deels te maken hebben met de keuze van Palache, deels ook met de pessimistische waarheid die Rubinstein in 1982 uitsprak tijdens een lezing: ‘Je kunt, als je maar somber genoeg bent, nauwelijks ooit voorspellingen doen die uit de tijd raken.’

Renate Rubinstein, alias Tamar, in 1971

En daarnaast is het misschien ook gewoon een toevalligheid, natuurlijk, dat ze zich gaarne bezighield met thema’s die ook vandaag nog steeds de volle aandacht genieten van pers en lezerspubliek. Het feminisme, bijvoorbeeld, waarvan deze schrijfster – want ‘wie heeft het in godsnaam ooit akelig gevonden om een schrijfster te zijn?’ – zacht gezegd geen groot aanhanger was.

Wat is een feministe? (…) een vrouw die zegt dat ze onderdrukt wordt.’ Een zeurende zielenpiet, kortom, die zichzelf buitengewoon superieur acht en juist daardoor zichzelf neerhaalt: ‘Waar ik een hekel aan heb zijn die artikelen waarin vrouwen zichzelf ophemelen en ons wijsmaken dat zij, als zij in de positie van mannen waren, alles heel anders en beter zouden regelen.’ De achterliggende gedachte is duidelijk: als er geen noemenswaardige, fundamentele verschillen bestaan tussen man en vrouw, dan is er ook geen enkele reden waarom het politieke bedrijf, bijvoorbeeld, baat zou hebben bij meer vrouwelijke parlementsleden. Rubinstein noemde zichzelf ‘te geëmancipeerd om feministe te zijn.’

Een vrouw die in gelijke mate dapper als getalenteerd was.

Behalve geëmancipeerd was Rubinstein de dochter van een Joodse, in 1942 in Auschwitz om het leven gebrachte vader (‘Mijn vader kwam na de oorlog, geheel tegen alle beloftes en conventies in, niet terug’) en een moeder die bepaald niet als een knuffelcontact kon worden omschreven: ‘Mijn moeder heeft mij één keer, toen ik al een jaar of twaalf was, over mijn wang geaaid.’

Ook haar half-joods zijn bracht haar ertoe dikwijls fors stelling in te nemen, meer bepaald waar het ging over het zionisme en, over Ischa Meijer gesproken, antisemitisme.

Joden, schreef ze, vielen niet te definiëren, behalve door zionisten en antisemieten, maar misschien is nog wel veel interessanter wat zij in dezen scherp opmerkte aangaande de aard van de mens in het algemeen: ‘Tot in mei 1945 vond heel Duitsland dat de joden niet deugden en daarna vonden ze hetzelfde van de nazi’s.’

Ook wat zij in 1965 schreef over het neerhalen van standbeelden, en over de onzin daarvan, blijft vandaag natuurlijk brandend relevant.

Rubinstein voerde als schrijfster de ‘redundancy’ hoog in het vaandel, want die was volgens haar nodig om de boodschap goed te laten doordringen. Het maakt dat haar columns, die – dat mocht toen nog – van soms sterk uiteenlopende lengte zijn, af en toe aan de wijdlopige kant zijn, maar die kritiek kan niet verhinderen dat Bange mensen een aanrader is, en een fantastisch eerbetoon aan een vrouw die in gelijke mate dapper als getalenteerd was.

Ze hield niet van schrijven, schreef ze. ‘Het enige doel van werk, is volgens mij, niet werken.’ Het zijn zulke zinnen die de lezer op zijn beurt nog altijd van haar schrijfsels doen houden.

Christophe Vekeman

Bange mensen stellen geen vragen van Renate Rubinstein, samengesteld en ingeleid door Ronit Palache, is verschenen in de reeks Privé-domein bij De Arbeiderspers

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Chantal Pattyn

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram