Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Tussen kuis en lustig

Tussen kuis en lustigKunst & Cultuur

Christophe Vekeman ontdekt dat er in voormalig tv-maker Jef Rademakers een uitstekende vertaler schuilt.

Terug naar het fin de siècle, met Arthur Schnitzler

Jef Rademakers staat bekend als de bedenker van legendarische Nederlandse jarentachtigtelevisieprogramma’s als het door Koos Postema gepresenteerde Klasgenoten en natuurlijk ook De Pin up Club – en is bijgevolg de man aan wie ons Vlaanderenland Wendy van Wanten te danken of, naargelang je persoonlijke sympathieën, te wijten heeft –, terwijl hij in de kunstwereld dan weer faam geniet als collectioneur van werk van negentiende-eeuwse romantische schilders van laaglandse komaf.

Ook minder lucratieve bezigheden, echter, blijken hem geenszins te min te zijn, en zopas vertaalde hij, onder de titel De jonge weduwe, het in 1901 gepubliceerde Frau Berta Garlan, een van de drie romans die Oostenrijker Arthur Schnitzler, naast vele novellen en toneelstukken, vervaardigde. Het goede nieuws is dat hij dat werkelijk uitstekend doet: Reve-fan Rademakers toont zich als vertaler – het is overigens al zijn vierde Schnitzlervertaling – een subtiel, bedaard stilist, die er voortdurend blijk van geeft te beschikken over meer taalgevoel, en over een beter binnenoor voor het natuurlijke ritme van het Nederlands, dan menig gelauwerd auteur.

Gelukkig maar, trouwens, want de roman was een uitstekende vertaling meer dan waard. Het betreft immers een meesterwerk.

Arthur Schnitzler in 1912

De weduwe uit de titel is de tweeëndertigjarige Berta, wier brave maar weinig opwindende, oudere echtgenoot drie jaar geleden plotseling het loodje legde, zodat zij met een zoontje alsook ‘zeer beperkte middelen’ achterbleef in het provincienest waar zij, in weerwil van haar hoop, als meisje, ‘om als virtuoze pianiste en wellicht gehuwd met een kunstenaar de wereld rond te trekken’, na haar echtverbintenis terechtgekomen is.

Als weduwe leidt zij een rustig wandelend, door en door deugdelijk bestaan, waarin zij wat kan bijverdienen door het geven van pianolessen, en waarvan voornoemd zoontje het stralende middelpunt vormt – tot bepaalde sluimerende noden en gevoelens zich alsmaar sterker beginnen te laten gelden. ‘Bertha vond het een beetje slecht van zichzelf, dat ze aan hem en aan deze dingen dacht,’ schrijft Schnitzler, en de ‘hem’ in kwestie is de genaamde Emil Lindbach, een innige jeugdvriend van haar op wiens avances zij eertijds verzuimd heeft in te gaan en die inmiddels een gevierd, wereldberoemd violist is geworden.

In een opwelling van stoutmoedigheid schrijft ze hem een brief met het verzoek elkaar weer eens te zien, waarna de liefde pijlsnel opnieuw – of eerder voor het eerst – zijn intrede doet in haar leven. Dat zowel haar stoutmoedigheid als haar euforische, bepaald overtrokken liefdesgevoelens louter vermommingen zijn, evenwel, van – zoals zij het zichzelf voorhoudt – ‘iets smerigs en laags (…), waar het bij vrouwen eigenlijk helemaal niet om ging’, moge de lezer dan duidelijk wezen, Berta zelf heeft de grootste moeite om het aan zichzelf toe te geven.

Geen wonder dat Freud fan was van deze roman!

Het meesterlijke aan de roman schuilt in Schnitzlers nauwgezette en bij momenten zeker ook geestige weergave van de spannende strijd die de lustige, kuise weduwe moet voeren tegen – én onbewust verliezen wil van – haar steeds veeleisender wordende jonge lijf. Het komediespel van haar kant waarmee deze strijd gepaard gaat en dat vooral toch dient om zichzelf om de tuin te leiden, komt misschien nog het best tot uiting in de volgende korte, Eline Vereachtige scène, als Berta zich in afwachting van het moment waarop zij na twaalf jaar Emil zal terugzien moederziel alleen in haar hotelkamer in Wenen bevindt: ‘En ze spreidde haar armen, alsof zij zich klaarmaakte om een minnaar aan het hart te drukken, en ze zei: Ik hou van je! en haar adem vormde een kus in de lucht.’

De jonge weduwe van Arthur Schnitzler is even meeslepend als een mystery novel, waarbij het mysterie hier het leven is zoals Berta het ervaart en waarin zij in al haar naïviteit bij voortduring de weg – en meer bepaald van lieverlede meer het rechte pad – kwijt is. Zozeer loopt zij in zichzelf verloren dat het haar op een gegeven ogenblik zelfs niet meer duidelijk is of het nu trots of daarentegen schaamte is wat zij gewaarwordt. Geen wonder dat Freud fan was. En ik ben het met hem mee.

Christophe Vekeman

'De jonge weduwe' van Arthur Schnitzler is verschenen bij Borgerhoff & Lamberigts
Uit het Duits vertaald door Jef Rademakers

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram