Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Vermakelijk, melancholiek, bizar

Vermakelijk, melancholiek, bizarKunst & Cultuur

Jon Kalman Stefansson schrijft in zijn nieuwste boek over een klein IJslands dorpje met amper 400 zielen. Geen roman van dertien in een dozijn, volgens Christophe Vekeman.

Jon Kalman Stefansson, zomerlicht, en dan komt de nacht, Ambo Anthos

Met een bevolkingsaantal van amper 320 000, waarvan liefst 200 000 mensen in de regio Reykjavik wonen, ligt het voor de hand dat IJsland, zijnde het dunstbevolkte land van Europa, enigszins vertrouwd is met het fenomeen van het piepkleine dorpje. De nieuwe roman van de in 1963 geboren Jón Kalman Stefánsson – zoals zijn naam al doet vermoeden zelf een IJslander – heeft een dergelijk plaatsje, vierhonderd zielen rijk, niet zozeer als decor, maar echt als onderwerp.

Vorige boeken van Stefánsson heetten 'Het verdriet van de engelen' en 'Vissen hebben geen voeten', dit boek is getiteld: 'zomerlicht, en dan komt de nacht'. Ook de inhoudstafel vooraan vestigt meteen de aandacht op markante hoofdstuktitels als ‘Tranen hebben de vorm van roeiboten’ en ‘Moeten we toegeven dat we idioten zijn?’, en als vervolgens blijkt dat de eerste vier pagina’s van het boek in hun geheel tussen haakjes staan, denk ik wel dat je rustig stellen mag dat dit een roman is die de lezer van meet af aan uit volle borst toeschreeuwt: ‘Ik ben niet de dertiende in het dozijn!’ Dit in tegenstelling tot het voornoemde dorpje dus, waarvan het enige bijzondere is, leren wij aan het begin van het boek, dat het kerk noch kerkhof heeft. Dat laatste verklaart misschien wel de tweede bijzonderheid ervan: ‘Op z’n minst tien dorpsbewoners naderen de leeftijd van honderd jaar, de dood lijkt hen te zijn vergeten en we horen ze ’s avonds giechelen als ze minigolf spelen op het grasveld achter het bejaardenhuis.’

Jon Kalman Stefansson, Foto: Ambo/Anthos

Verder, gaat de verteller tussen haakjes verder, ‘valt er niets opmerkelijks over ons te vertellen.’ Waarna zich een roman ontrolt die én hoogst vermakelijk én uitermate melancholiek én aan het slot verschrikkelijk aangrijpend is, en die bovendien bulkt van de bizarre maar voorts voortdurend de roos treffende poëzie. De manier, bijvoorbeeld, waarop de verteller annex Stefánsson de kracht der vrouwelijke schoonheid onder woorden weet te brengen dient wel dégelijk opmerkelijk te worden genoemd. Hier heeft hij het bijvoorbeeld over ogen die ‘blauwer dan wat ook’ zijn, daar gaat het over een blondine die als zij haar haren losschudde ‘de bergen van vorm’ deed veranderen, en dan heb je ook nog de man die zo verliefd is op de vrouw van een ander dat hij ‘overwoog om te verkassen om ergens anders evenwicht in zijn leven te krijgen’. Van sommige zinnen – pluim op de hoed van vertaler Marcel Otten – kan je je zelfs moeilijk voorstellen dat zij in het oorspronkelijke IJslands even mooi klinken, bijvoorbeeld: ‘en soms luistert hij naar het geluid waarmee de winterduisternis tegen de ruiten van het huis drukt.’

Hoogst vermakelijk èn uitermate melancholiek èn verschrikkelijk aangrijpend.

De duisternis is hoe dan ook vrijwel alomtegenwoordig in 'zomerlicht, en dan komt de nacht', net als de seksuele lust die in die duisternis zo goed gedijt en waardoor de mens wordt aangevuurd om ten strijde te trekken tegen het verval, tegen de verraderlijke veranderlijkheid van de dingen, tegen het draaien van de aarde en tegen de dood die elk moment zomaar uit de lucht kan komen vallen. Denk bijvoorbeeld aan de vrouw van Hannes die door darmkanker werd getroffen nadat het licht om haar hoofd dof was begonnen te worden. ‘Er is beslist ruimte voor meer rechtvaardigheid in de wereld,’ noteert de verteller terecht.
'zomerlicht, en dan komt de nacht' verhaalt over succesvolle zakenlui, steenrijk en knap getrouwd, die op een kwade nacht onverklaarbaar genoeg in het Latijn beginnen te dromen en twee maanden later hun villa verkopen – en hun leven vergooien – om zich een honderden jaren oud boek van Galilei te kunnen aanschaffen, maar tevens leren wij een vrouw kennen die het overspel van haar echtgenoot wreekt door de puppy’s van hun kinderen om het leven te brengen. En ook dit is het leven, in IJsland en waar ook ter wereld: ze ‘pakte een stanleymes – en die zijn scherp zoals je weet –, ging in bad zitten, sneed zonder te aarzelen haar linkerpols door, vervolgens de rechter, keek hoe het bloed het water in liep en dacht misschien: Dus zo ziet de kleur van het leven eruit. Gelukkigerwijs kwam haar man, die bij de geothermische watervoorziening werkte, onverwachts vroeg met buikloop thuis.’

En dan is er als gezegd nog het einde. Goeie God, het einde! Wat een einde.

Maar begint u gewoon bij het begin.

Christophe Vekeman

'zomerlicht, en dan komt de nacht' van Jon Kalman Stefansson is verschenen bij Ambo/Anthos
uit het IJslands vertaald door Marcel Otten

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram