Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Verplichte kost

Verplichte kostKunst & Cultuur

Christophe Vekeman las Wit van Bret Easton Ellis en schreef een ware lofrede. Omdat niets meer gewenst was dan deze ode aan de vrijheid, diametraal tegen het slachtofferdenken van milennial-watjes in. En omdat hij het niet van a tot z kon citeren.
Wit, verschenen bij Ambro/Anthos© Ambro/Anthos

Wit, verschenen bij Ambro/Anthos

De publicatie van White, het nieuwe boek van de in 1964 te Los Angeles geboren, op eenentwintigjarige leeftijd met het inmiddels legendarische Less Than Zero gedebuteerd hebbende Bret Easton Ellis, valt op drie manieren erg bijzonder te noemen.

Ten eerste is het zijn eerste boek in negen jaar tijd, ten tweede is het na zes romans en een verhalenbundel zijn eerste non-fictiewerk, en ten derde betreft het hier een uitgave waarop voor één keer de veelgebruikte etiketten ‘belangrijk’, ‘noodzakelijk’ en ‘meesterlijk’ geheel en al van toepassing zijn.

Millenial-watjes en nuffige tantes

Waar gaat het over? Wel, zoals de meeste mensen ondertussen waarschijnlijk al hebben vernomen richt Ellis in Wit, zoals de Nederlandse vertaling luidt, zijn pijlen op wat hij zelf noemt ‘de epidemie van overreactie die in onze samenleving rondwaart’, op ‘de verfletsing, de vertrutting van onze samenleving’, op de neiging van de ‘millenial-watjes’ om zich te wentelen in zelfgekozen slachtofferschap, op de ‘liberale progressieven’ die ‘nuffige tantes’ zijn geworden en op wat nu al vele jaren de politieke correctheid genoemd wordt.

Allemaal zaken dus die hij uitvoerig aan bod laat komen in Wit, al zou Ellis zichzelf niet zijn mocht hij de lezer die de verwachting koestert dat hij een woedend schotschrift gaat voorgeschoteld krijgen aanvankelijk niet radicaal op het verkeerde been zetten.

Meanderende start

Zoals zijn magnum opus American Psycho uit 1991 immers een boek over een uitzinnige seriemoordenaar is waarin het een honderdvijftigtal bladzijden lang wachten is op het moment dat de allereerste dode valt, zo neemt Ellis in Wit in den beginne ruim de tijd om de lezer op meanderende wijze op opvallend persoonlijke en on-ironische herinneringen aan zijn jeugd in de jaren zeventig te trakteren, odes aan de horrorromans die hij toentertijd verslond te formuleren, essayistische passages te wijden aan bijvoorbeeld mannelijke sekssymbolen uit de jaren tachtig als Richard Gere in American Gigolo en de Tom Cruise wiens grijns ‘nog niet versteend tot graniet’ was et cetera.

Ook de verfilmingen van zijn eigen romans passeren de revue, en net op het moment dat je je begint af te vragen waar dit flagrant niet-lineaire zootje beschouwingen, herinneringen en analyses in hemelsnaam heengaat, komt Ellis op de proppen met zijn definitie van een acteur als iemand die voortdurend op zijn tellen past, voortdurend zijn frustraties, boosheid en duistere kanten voor het grote publiek verdoezelen moet en kortom zo ‘likable’ mogelijk dient te wezen.

Met daaraan gekoppeld de onthutste vraag of wij, in deze wereld van sociale media en de obsessie om bijna bovenmenselijk sympathiek over te komen, niet allemaal – noodgedwongen – fulltime acteurs zijn geworden. Verkeren we met andere woorden niet in de greep van de heilige plicht ons te gedragen als ‘deugdzame robots’ en elke vorm van individualiteit, die Ellis terecht situeert op het domein van het afwijkende en het gebrekkige, bij onszelf te miskennen?

Diametraal denken

Het is op die manier dat Wit zich na verloop van tijd wel degelijk ontpopt tot een offensief pleidooi voor eigenzinnigheid en durf – de durf om, net als bijvoorbeeld ‘de boze en grappige en onomwonden Morissey, die de vinger legt op de tegenspraken en hypocrisie in de cultuur, maar die ook altijd getuchtigd lijkt te worden door de pers en op sociale media omdat hij zich oprecht uitspreekt en niet past in het aanvaarde plaatje van de horeca-homo’, zich niets aan te trekken van het verbod om bepaalde meningen te hebben, van het bijna-verbod om níét hysterisch te reageren op wat toch werkelijk al te gauw ‘haattaal’ genoemd wordt, en van de gewoonte om – zoals iedereen die actief is op Facebook de afgelopen dagen meer dan ooit tevoren zal hebben gemerkt – meteen iedereen te willen ontvrienden die politiek gesproken een denkwijze aanhangt die diametraal staat op die van jou.

Het was niet de gebruikelijke teleurstelling over verloren verkiezingen: hier had je angst en ontsteltenis en verontwaardiging die niet tot bedaren leken te komen, en niet alleen bij leden van Generatie Watje, zoals mijn partner, maar ook bij volwassen volwassenen van in de veertig en vijftig en zestig, die zo de kluts kwijt waren omdat hun team niet gewonnen had dat ze termen begonnen te gebruiken als “apocalyps” en “hitleriaans”.’

Slachtoffersyndroom

Wat allemaal volledig past in wat door Ellis de grote neurose van deze tijd wordt genoemd, de neiging namelijk om zichzelf als een slachtoffer te beschouwen – neiging die hij zelfs spitsvondig aanduidt als de gedeeltelijke verklaring van het politieke succes van Donald Trump: dankzij de verkiezing van Trump kan iedereen klagen over Trump, hij is het gedroomde alibi om onophoudelijk aan het huilen te blijven. ‘Barbra Streisand vertelde de media dat ze was aangekomen vanwege Trump. Lena Dunham vertelde de media dat ze was afgevallen vanwege Trump.’

Met Wit bevestigt Ellis definitief dat hij wel degelijk altijd een bezorgde moralist geweest is, niet de zogenaamde nihilist waarvoor hij zo vaak is versleten door de onbegrijpers, en dat hij wérkelijk behartigenswaardige zaken te vertellen heeft in een stijl die als vanouds schittert als goud in de zon.

Ik zou dit boek van a tot z willen citeren, ik zou het willen voorlezen – dit zou in mijn ideale wereld, waar wij ons gezien de overwegend negatieve ontvangst van White heel ver vandaan bevinden momenteel, op elke middelbare school en zelfs in elke huiskamer verplichte kost zijn.

Wit van Bret Easton Ellis is verschenen bij Uitgeverij Ambo/Anthos

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laten ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram