Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Villa d'Este 20 november: Capriccio!

Villa d'Este 20 november: Capriccio!Klassieke muziek

Hoeveel Capriccio's zijn er niet in omloop? Paganini schreef 24 stuks voor viool-solo, Richard Strauss bedacht een opera met die titel, en van Peter Tsjaikovski kennen we natuurlijk het Italiaans Capriccio. Maar de barokperiode levert ook wel wat op, o.a. een grappige suite van Carlo Farina en losse klavierstukken van Johann Sebastian Bach. Als tegengewicht maken we plaats voor diep doorleefde muziek van Lera Auerbach en voor Ein deutsches Requiem van Johannes Brahms.
©F. Reinhold

De Russisch-Amerikaanse Lera Auerbach eind jaren '90 ten tijde van haar doorbraak in de V.S.

Italië

Het Capriccio uit Scarlattiana van Alfredo Casella heeft alles wat een capriccio nodig heeft: onverwachte wendingen, contrast, levendigheid, een springerig ritme en een vleugje humor. Maar een gedurfd capriccio, zelfs wat bij de haren getrokken, vinden we bij Carlo Farina. In 1628 werd in Dresden zijn Capriccio Stravagante gepubliceerd, waarin allerlei muziekinstrumenten worden nagebootst en op het einde ook dierengeluiden. De kat miauwt, de ezel balkt, maar ook het leger komt voorbij en er wordt eens goed vals gevedeld ook! Heerlijk! Dit capriccio in 14 korte deeltjes is niet voor niets een van de beroemdste instrumentale werken uit de barok. Bovendien behoort het tot de vroegste werken met programmatorische inhoud. Met zijn virtuoze vioolpartijen is het ook een plezier om te spelen, dat hoor je zo aan wat Ensemble Clematis ermee doet.

 

Duitsland

Ook beschrijvend, maar ingetogen van aard, is het verfijnde Capriccio sopra la lontananza del suo fratello dilettissimo BWV92, een vroeg werk van Johann Sebastian Bach. Hij was toen 19. Het is geschreven in de toonaard B, verwijzend naar de familienaam Bach, want mogelijk gaat het hier om het afscheid van zijn broer Johann Jacob die naar Zweden vertrok om er als hoboïst te dienen in het legerorkest.

Het volgende capriccio is er eentje van Felix Mendelssohn. Het is het derde van 4 Stukken voor strijkkwartet op.81. Het Capriccio in e dateert uit 1843 toen Mendelssohn in Leipzig was. Het start met een zalige melodie voor de viool, en vervolgt met een onstuimige fuga in de heldere contrapuntische stijl van Bach. Mendelssohn was toen al twintig jaar intens Bach aan het bestuderen. Op zijn 20e dirigeerde hij de Mattheus-passie voor de eerste keer sinds de dood van Bach, en in 1841 reviseerde hij de passie.

Capriccio op.85 is de laatste opera van Richard Strauss. In 1942 ging hij in premiere. De opera zelf is minder bekend dan het instrumentale Sextett eruit. Negen minuten pure schoonheid in laat-romantische traditie. 

Wenen

De leraar van Richard Strauss heette Robert Fuchs (1847-1927). Onbekend? Zeker! Maar onbelangrijk? Allerminst! Fuchs gaf vele jaren les aan het Conservatorium van Wenen - van 1875 tot 1912 - en telde (naast Strauss) onder zijn leerlingen ook nog Gustav Mahler, Hugo Wolf, Jean Sibelius, Alexander von Zemlinsky, Franz Schmidt, Franz Schreker, Robert Stolz en Erich Korngold. Zelf was hij een leerling van Anton Bruckner die hem orgel en compositie bijbracht. Fuchs dirigeerde de Konzerte der Gesellschaft der Musikfreunde in Wenen van 1894 tot 1905, en hij was keizerlijk en koninklijk hoforganist. De reden dat we deze hoge piet vandaag niet meer kennen kan te maken hebben met zijn beroemde leerlingen die hem al snel overvleugelden. Je kan ook stellen dat hij als leraar harmonie en contrapunt sterk, misschien té sterk, vasthield aan een traditionele componeerstijl. De ontwikkelingen van de vroeg 20e eeuw gingen aan deze bescheiden man voorbij. Maar wat telt is dat zijn Cellosonate nr. 2 in Es op.83 uit 1907 toch maar bloedmooi blijft klinken. In haar zangerigheid, met haar heldere structuur en tonale gaafheid kan zij best naast die van Brahms liggen. Met het Italiaans Capriccio op.45 (1880) van Peter Tsjaikovski, een meezinger van formaat, dansen we naar het nieuws van 16u.

Licht en donker

Net zoals het Italiaans Capriccio van Tsjaikovski, opent de Capriccio-Ouverture van de Vlaamse componist Willy Ostijn (1913-1993) met gespierde blazers en bloeit het open tot een zonovergoten stoeipartij tussen alle orkestgroepen. Er zitten ook letterlijk referenties in aan het werk van Tsjaikovski. Een schitterend werkje uit 1965 waar je helemaal vrolijk van wordt. Het werd dan ook gekozen als opener van het Nieuwjaarsconcert in Studio 4 van Flagey in 1994. Deze laten we horen.

En dan werd het stil. Uit een hele andere wereld komt de in de Sovjetunie geboren Lera Auerbach (1973). Ze werd voor het eerst opgemerkt als pianiste toen ze in 1991 in de V.S. op concerttoernee was. Ze was toen 18. Na haar toernee besloot ze in de States te blijven. Ze ging studeren aan de Julliard School bij Milton Babbitt en literatuurwetenschap aan de Columbia University. In 2002 trad ze samen met Gidon Kremer op in Carnegie Hall met eigen werk, en in 2005 kreeg ze de Hindemith-prijs op het Schleswig-Holstein Musik Festival in Duitsland. Er zit in haar muziek even veel duisternis als licht en even veel blinde paniek als vredevolle rust. Dat hoor je duidelijk in de contrasterende 24 Preludes voor viool en piano op.46 waaruit we er 7 laten horen in de sublieme uitvoering van Jolente De Maeyer en Nicolaas Kende. Over de preludes zegt Auerbach: "The special character of the pieces lies in regarding familiar things from an unexpected perspective and discovering that these things are not what they may seem to be at first glance."

Het langste werk van Johannes Brahms

Ein deutsches Requiem, nach Worten der heiligen Schrift op.45 kwam tot stand tussen 1865 en 1868, deel na deel. Er waren vele uitvoeringen, maar telkens delen ervan. De versie zoals we ze nu kennen en zoals je ze in Villa d'Este hoort, met haar 7 delen en haar volle 70 minuten, ging in 1869 in Leipzig in première met het Gewandhausorchester en Gewandhauskoor, de sopraan Emilie Bellingrath-Wagner en bariton Franz Krükl. Alles onder leiding van Carl Reinecke. Het was een overdonderend succes voor Johannes Brahms (1833 - 1897). Zijn naam was definitief gemaakt. Brahms schreef zijn Requiem in de duitse taal. De reden was dat hij zich niet (zoals in het liturgische requiem) tot de overledene wilde richten, maar tot de nabestaanden. Vandaar zijn tekstkeuzes uit het Oude en Nieuwe Testament ipv uit de traditionele Latijnse Requiemmis. En dat is zo mooi en menselijk. Want inderdaad, het zijn de levenden die troost en hulp nodig hebben wanneer zij definitief afscheid moeten nemen van een geliefd persoon. Je hoort het al van aan het begin:"Selig sind, die da Leid tragen, denn sie sollen getröstet werden". Ein deutsches Requiem is niet alleen het langste werk van Brahms, het is het ook het grootst opgezette en meest geliefde werk van Brahms.

Greet Van 't veld

 

 

 

 

 

Villa d’Este

Villa d’Este is een plaats van ontdekkingen. Je maakt kennis met minder bekende muziek tot volslagen onbekende muziek uit vorige eeuwen. Hedendaagse muziek, vrouwelijke componisten, en een onbekend pianoconcerto komen telkens aan bod. Een rode draad zorgt voor de samenhang van deze vier uur radio. Blijf verwonderd!

Presentatie: Julie Van Bogaert

Samenstelling: Greet Van ’t veld 

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via villa@klara.be

Elke zaterdag van 14.00 uur tot 18.00 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.