Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Vreemdsoortige dieren, voetbal en de strijd tegen verslonzing

Vreemdsoortige dieren, voetbal en de strijd tegen verslonzingKunst & Cultuur

Dichter C. Buddingh' blijkt ook uitstekende kortverhalen geschreven te hebben. Christophe Vekeman beveelt een pas verschenen bloemlezing van harte aan.

C. Buddingh', Bazip, Deibel en andere verhalen, Nijgh & Van Ditmar

Honderd jaar zou C. Buddingh’ – roepnaam ‘Kees’ – dit jaar zijn geworden mocht hij niet in 1985 op zevenenzestigjarige leeftijd zijn overleden, en aan dat feit hebben wij de bloemlezing 'Bazip, Deibel en andere verhalen' te danken. De samenstelling gebeurde door Wim Huijser, die eerder al, in 2010, 'Buddingh’ gebundeld: Gedichten 1936-1985' bezorgde. Buddingh’ was dan ook in de eerste plaats als dichter bekend, deels omwille van zijn quasi lukraak aan de alledaagsheid ontleende readymades à la ‘vraag: wie kan uitgaan en toch thuisblijven? / antwoord: een kachel’, deels ook dankzij zijn zogenaamde gorgelrijmen, waarvan hij het eerste schreef toen hij in 1943 als vierentwintigjarige tuberculosepatiënt in een sanatorium belandde. Het heet ‘De blauwbilgorgel’ en begint als volgt: ‘Ik ben de blauwbilgorgel, / Mijn vader was een porgel, / Mijn moeder was een porulan, / Daar komen vreemde kind’ren van, / Raban! Raban! Raban!

Ook in 'De beste verhalen van C. Buddingh’, zoals de ondertitel van de kersverse bloemlezing luidt, komt algauw, in een verhaal uit 1959, een vreemd creatuur ter sprake, ‘de eluwij’, waaromtrent de eerste zin van het verhaal te kennen geeft dat het ‘niet eenvoudig’ is om hem te vangen – en laat het vangen van een exemplaar nu juist de enige echte levenstaak zijn die op de schouders rust der leden van de stam waartoe de ik-figuur behoort. De schier onoverkomelijke moeilijkheid, echter, zit hem in het naakte feit dat niemand ook maar bij benadering een idee heeft van hoe het dier in kwestie eruitziet, noch van waar het zou kunnen worden aangetroffen, met als gevolg ‘dat er praktisch geen vorm van leegloperij, hoererij, oplichting of wat ook bestaat, die niet goedgepraat kan worden met de uitvlucht, dat men druk en ijverig op jacht is naar een eluwij.’ Je kan dus probleemloos betrapt worden met je fikken in de portefeuille van je buurman, en zelfs wie de hele dag verslaapt, kan altijd aanbrengen tot zijn verdediging dat hij al doende hoopte in een droom geopenbaard te worden waar de eluwij moet worden gezocht…

 

C. Buddingh', Foto: A. Vente

Van dergelijke verhalen, die als absurde parabels kunnen worden omschreven, staan nog enkele voorbeelden in de bundel, maar ook in zijn proza ging Buddingh’ van lieverlede meer zijn heil zoeken in de weinig opgesmukte weergave van de doordeweekse werkelijkheid, met veel aandacht voor tragiek die schuilt in kleine, stoffige hoekjes, eerder dan voor het soort van drama dat gepaard gaat met de stormachtigste gevoelens. Een titel als ‘Krijn kan weer pissen’ alléén al spreekt dienaangaande boekdelen, me dunkt, terwijl een titel als ‘Leve het bruine monster’ niet verwijst naar opnieuw een – ‘Raban! Raban! Raban!’ – vreemdsoortig dier, maar eenvoudig naar de goeie ouwe voetbal die elke jongen minstens één keer in zijn leven voor de voeten krijgt, al was het maar in de vorm van ‘een tot een ronde prop ineengefrommelde krant met een stuk touw eromheen’ – het eertijds door radiomaker en schrijver Wim Noordhoek gemunte begrip ‘jeugdsentiment’ is Buddingh’ niet geheel onbekend. Ook het beste verhaal in de bundel, ‘Daar ga je, Deibel!’ speelt zich trouwens voornamelijk op het voetbalveld af, en wie zich door deze informatie nuffig-ga-weg laat wegschrikken, zal dus nooit weten wat hij bijgevolg mist.

En dan is er nog de van 1968 daterende roman-in-negenenzestig-verhalen waaraan ook al wordt gerefereerd in de titel van de bloemlezing, te weten 'De avonturen van Bazip Zeehok', waarin de hoofdrol op zijn dooie gemakken gespeeld wordt door een dertigjarige Guust Flaterachtige figuur die er een dagtaak aan heeft om, zoals hij zich voorgenomen heeft, niet te ‘verslonzen’, nu eens een affaire met de overbuurvrouw aangaat, dan weer met een zeventienjarig hippiemeisje, maar al met al pas echt gelukkig lijkt te zijn wanneer hij in zijn uppie een glaasje whisky kan drinken, dagdromend dat hij ooit de loterij zal winnen. Wat hij desgevallend doen zou? Zijn hele kamer behangen met postzegels. 

Jeugdsentiment is C. Buddingh' niet geheel onbekend.

Hoe verder de ‘roman’ vordert, hoe ironischer de titel wordt, en hoe grappiger het is wanneer een verhaal – met een gemiddelde lengte van anderhalve bladzijde – bijvoorbeeld opent met ‘“Vandaag blijf ik maar eens rustig thuis,” zegt Bazip.’

Getuige 'Bazip, Deibel en andere verhalen' valt Buddingh’ als prozaschrijver te kenschetsen als een in talig opzicht minder inventieve Campert, een Biesheuvel zonder de slaande waanzin, een Nescio zonder het romantisch nihilisme, een minder wereldwijze Deelder. Dat kan veel, veel, véél slechter dus.

Christophe Vekeman

'Bazip, Deibel en andere verhalen. De beste verhalen van C. Buddingh' werd samengesteld door Wim Huijser en is verschenen bij Nijgh & Van Ditmar.

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laten ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram