Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Vrijdag 30 december: 1781-1786

Vrijdag 30 december: 1781-1786Klassieke muziek

Na zijn verblijf in München reist Mozart naar Wenen, waar hij gesommeerd wordt door zijn Salzburgse broodheer, aartsbisschop Colloredo. Daar lopen de spanningen tussen Colloredo en Mozart heel hoog op. Met een definitieve breuk als resultaat.
Portret van Constanze Mozart door haar schoonbroer Joseph Lange, c. 1782

Constanze Mozart

Mozart wil hogerop in Wenen, maar dat gunt Colloredo hem niet. Hij behandelt hem zoals hij elke werknemer in zijn hofhouding behandelt, als een simpele bediende die hem alle gehoorzaamheid en onderdanigheid verplicht is.

Zoals hij het kernachtig aan zijn vader verwoordde op 3 januari 1781: “De aartsbisschop in zijn goedheid, pronkt met zijn mensen, rooft hun verdiensten en betaalt hun er niet voor…”
Nog aan zijn vader schreef hij op 24 maart 1781 dat hij in dienst van de aartsbisschop wilde blijven, maar ook een keizerlijke aanstelling in Wenen ambieerde: “Mijn belangrijkste doel nu is de keizer op een zo aangenaam mogelijke manier te ontmoeten, ik ben absoluut vastbesloten dat hij mij moet ontmoeten. Ik zou gelukkig zijn als ik met hem mijn opera zou kunnen doornemen, om daarna een of twee fuga’s voor hem te spelen, want daar houdt hij erg van.”

Het komt in mei tot een definitieve breuk met Colloredo. Mozart reist daarop naar Wenen waar hij onderdak vindt bij de familie Weber, die intussen naar Wenen verhuisd waren. Nu werd hij verliefd op de tweede dochter, de zangeres Constanze. De gevoelens waren wederzijds, tot woede van vader Leopold. In een brief maande hij zijn zoon onmiddellijk zijn bevelen op te volgen en uit de buurt van de Webers te blijven. Muzikaal ging het hem voor de wind: de uitvoering op 16 juli 1782 van het Singspiel Die Entführung aus dem Serail (KV 384) in het Weense Burgtheater was een eclatant succes. In dezelfde maand componeerde Mozart zijn Haffner-symfonie in D groot (KV 385).

Mozarts gevoelens voor Constanze werden serieuzer, maar hij kon Leopold niet tot goedkeuring vermurwen. Zonder vaderlijke zegen trouwde Mozart op 4 augustus 1782 met Constanze in de Stephansdom te Wenen. Daarna arriveerde alsnog Leopolds schriftelijke toestemming, zoals blijkt uit een brief van 7 augustus 1782. “ Mijn lieve Constanze –nu, God zij dank, eindelijk mijn vrouw– kende mijn omstandigheden en ik had haar allang verteld dat ik Uw toestemming kon verwachten. Haar vriendschap en liefde waren zo groot dat zij blijmoedig haar toekomst aan mijn lot koppelde. Ik kus Uw handen en dank U met alle genegenheid, die een zoon voor zijn vader kan voelen, voor Uw vriendelijke toestemming en vaderlijke zegen. Ik wist dat ik er op bouwen kon!”

Het werden voor Mozart gelukkige jaren, zowel financieel als artistiek, dankzij de steun van baron Gottfried van Swieten en de ontmoeting met Joseph Haydn die hem zeer waardeerde. Grote werken uit die periode zijn de (onvoltooide) Mis in c klein (KV 427) en de Symfonie nr. 36 in C-groot KV 425, de Linzer symfonie. In 1784 begon hij met het aanleggen van een chronologische catalogus van zijn werk, de Verzeichnüss, en trad toe als lid van de vrijmetselaarsloge Zur Wohltätigkeit. In april 1785, een maand na de eerste uitvoering van het oratorium Davidde penitente (KV 469), meldde ook vader Leopold zich aan bij de vrijmetselaars. Kort daarna schreef Mozart de vijf minuten durende Maurerische Trauermusik in c-klein (KV 477) ter nagedachtenis van twee overleden logebroeders.

In februari 1786 vond op het Schloss Schönbrunn in aanwezigheid van keizer Jozef II een bijzondere wedstrijd plaats: Mozarts Der Schauspieldirektor (KV 486) en Salieri's Prima la musica e poi le parole dongen er om de eerste prijs. Salieri won, Mozart kreeg de troostprijs van 50 dukaten. In die periode ontmoette hij voor het eerst Lorenzo da Ponte, met de première van Le Nozze di Figaro in 1786, maakt hij overtuigend komaf met dit affront.

 

WOLFGANG AMADEUS (KV 1756-1761)

 

Vandaag stuurde luisteraar Johan Biemans ons dit gedicht. Zijn eerste kennismaking met Mozart was 70 jaar geleden toen hij als 13-jarig sopraantje bij het knapenkoor De Sangertjes van den Eyckelbergh 'Schlafe mein Prinzchen' mocht zingen.

 

WOLFGANG AMADEUS (KV 1756-1761)

Blij zijn met een appeltje,
blij zijn met een peer.
Blij zijn met een vogeltje,
blij zijn met een veer.

Blij zijn met een trommeltje,
blij zijn met een bel.
Blij zijn met een rammeltje,
blij zijn om het spel.

Blij zijn met een dubbeltje,
blij zijn met een cent.
Blij zijn met een tikkeltje,
dat is pas echt content.

Blij zijn met een regendrop,
blij zijn om de wind.
Blij zijn in een notendop,
dat is blij zijn als een kind.

Lachen om wat kiekeboe,
lachen om een bal.
Lachen om Jan Joepetjoep,
dat is het leukst van al.
 

Amadeus (10 - 13 uur)

Presentatie: Katelijne Boon

Samenstelling: Paul De Smet

Contact: amadeus@klara.be