Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Vurrukkulluk proza van de schrijvende schoolmeester

Vurrukkulluk proza van de schrijvende schoolmeesterKunst & Cultuur

Christophe Vekeman breekt een lans voor het werk van de Amsterdamse onderwijzer Theo Thijssen.
Cover van het boek

Theo Thijssen, De Zwembadpas, uitgeverij Van Oorschot

Zevenenvijftig jaar heeft de bioscoopbezoeker erop moeten wachten, maar eind januari zal het dan toch zover zijn en is de verfilming van Remco Camperts beroemdste en beste roman, Het leven is vurrukkulluk, ten langen leste een feit. Wie bijgevolg ook het witte scherm zal halen, is de Kees genaamde grijsaard die het hele boek lang te pas en te onpas ten tonele verschijnt en aangaande wie tegen het einde aan te lezen staat: ‘En even, een fractie van een seconde, besefte Tjeerd dat de oude man niet maar zo’n gewone oude man was, geen oude man zonder geschiedenis, geen oude man die daar zomaar zat.'

De schalkse knipoog van Campert kan niet duidelijker wezen, en de betreffende Kees is dan ook, weten wij op dat moment zeker, niemand minder dan de ouder geworden Kees Bakels, hoofdfiguur van 'Kees de jongen' van Theo Thijssen, welke roman als volgt eindigt: ‘En de mensen (…) dachten dat het maar zo’n gewone jongen was, een jongen nog zonder geschiedenis, een jongen die daar zo-maar liep…’ Achttien jaar na publicatie van 'Het leven is vurrukkulluk', in 1979, noemde Campert de roman van Thijssen het door hem ‘klakkeloost bewonderde boek’, ongeveer op dezelfde wijze, kortom, als waarop Simon Carmiggelt ooit te kennen gaf: ‘Wat mij betreft is dit kostelijke, vaak herlezen boek, een liefde voor het leven.’

Theo Thijssen

Het spreekt dan ook voor zich dat in een bloemlezing uit het werk van Thijssen, zoals die ons in buitensporig fraaie dundrukvorm heden wordt gepresenteerd door uitgeverij Van Oorschot, een waaier aan fragmenten uit 'Kees de jongen' niet kan ontbreken, zoals trouwens meteen al uit de titel De zwembadpas blijkt. Het gaat hier om ‘een bijzonder rare manier van lopen’: ‘Als je ’s goed opschieten wou’ – bijvoorbeeld om op tijd in het zwembad te geraken – ‘moest je voorover gaan lopen, net of je telkens viel, en dan maar met je armen zwaaien, heen en weer.’ Voor Kees is deze zwembadpas ‘een geluk in ’t leven’, zij het dan niet zozeer omdat hij er zich daadwerkelijk sneller mee voortbeweegt als wel om de eenvoudige reden dat hij er zich mee kan verzekeren van de aandacht zijner medemensen: ‘iedereen zou zeker denken: kijk, da’s vast een jongen van een gymnastiekvereniging…’ Zelfs wanneer zijn moeder hem op een gegeven ogenblik ‘wreed’ de vraag stelt wat hem, op straat naast haar wandelend en met zijn armen slingerend alsof zijn leven ervan afhangt, in hemelsnaam mankeert, blijft hij vasthouden aan de illusie dat de rest van de wereld hem wél bewondert om de even doeltreffende als ingenieuze manier waarop hij haar – zijn moeder dus – weet bij te benen.

Het karakteriseert de bijna twaalfjarige Kees, in het diepst van zijn gedachten allesbehalve ‘een gewone jongen’, maar integendeel iemand die gewaarwordt ‘dat hij eigenlijk méér was dan de andere jongens van zijn klas’, ten voeten uit. Als hij op een avond voorbij een villa loopt, gebeurt er dit: ‘Twee dames zaten voor het raam naar buiten te kijken. Eén dame speelde op de piano en daarnaast stond een heer viool te spelen. Kees boog luisterend het hoofd. Hij zag hoe de dames naar hem keken. “Wat heeft die jongen een gevoel,” dachten ze waarschijnlijk.’ Zelfs een rêverie over de dood van zijn vriendinnetje Rosa is niet bij machte zijn aandacht van zichzelf af te leiden: ‘Alleen de doodgraver zag hem wel eens en zou denken: “O, dat is die stille jongen, die hier zo vaak komt…”’

Een zekere verwantschap met Ernest Claes' De Witte of Elsschots Laarmans.

Kees de jongen verscheen in 1923, drie jaar na Ernest Claes’ De witte, waarmee het op het eerste gezicht een zekere verwantschap vertoont, al doet de figuur van Kees al met al toch sterker denken aan die van Elsschots Laarmans, nog zo’n – weliswaar volwassen – kind dat zich nooit een houding weet te geven en bijgevolg geen andere keus heeft dan als poseur door het leven te gaan – zélfs al staat hij, in Kaas, aan het sterfbed van zijn eigen moeder…
De schrijvende schoolmeester’ uit de Jordaan, die in 1943 op vierenzestigjarige leeftijd stierf door longontsteking, publiceerde nog andere romans, zoals 'De gelukkige klas' en 'Het grijze kind', en ook daaruit worden ons in 'De zwembadpa's begeesterende passages gepresenteerd, die – samen met eveneens opgenomen columns, dagboekfragmenten, reisverhaaltjes, jeugdherinneringen en wat dies meer zij – van dit voor elke binnenzak bestemde boekje een uitstekende introductie tot het werk van de in Vlaanderen volkomen onterecht weinig bekende Theo Thijssen maken.

Christophe Vekeman

'De zwembadpas' van Theo Thijssen is uitgegeven door Van Oorschot

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laten ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.