Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Waar is de tijd?

Waar is de tijd? Kunst & Cultuur

Christophe Vekeman las de nieuwe roman van Siri Hustvedt 'Herinneringen aan de toekomst'. Zijn oordeel? Een prachtroman!
Siri HustvedtBozar

Siri Hustvedt

De in 1955 geboren Amerikaanse schrijfster Siri Hustvedt is al heel erg lang de echtgenote van de Amerikaanse schrijver Paul Auster, maar vooral is zij al heel erg lang veel méér dan dat, en dit om de eenvoudige reden dat zij, getuige ook weer haar nieuwe boek Herinneringen aan de toekomst, in staat is meesterwerken te schrijven waar haar veel beroemdere wettige wederhelft alleen maar van kan dromen – om hierop ontgoocheld weer wakker te schieten.

Herinneringen aan de toekomst is dan ook een bijzonder ambitieus boek, niet alleen omdat de schrijfster van meet af aan de ambitie blijkt te koesteren – hoe langer hoe meer een zeldzaamheid in de hedendaagse letteren – om de zaken net iets anders te formuleren dan in de spreektaal van alledag pleegt te gebeuren (zo heeft zij het bijvoorbeeld over de ‘voorouders’ van een nog te creëren personage, zijnde ‘de bewoners van de boekdelen in de fantoomsteden die wij bibliotheken noemen’), maar ook op compositorisch gebied. De roman, die enigszins het midden houdt tussen een introspectieve memoir en een filosofische verhandeling over het wezen van de tijd en het verraderlijke, onbeteugelbare scheppingsvermogen van het geheugen, is immers, letterlijk, verschillende boeken tegelijkertijd, die ook alle drie in een ander lettertype gedrukt zijn.
In wat we maar het ‘hoofdboek’ of de ‘eigenlijke’ roman zullen noemen, is de schrijfster S.H. anno nu aan het woord en blikt zij in het volle bewustzijn van het feit dat een herinnering zich altijd in het heden afspeelt terug op de drieëntwintigjarige versie van zichzelf die in augustus 1978 de prairies van Minnesota achter zich liet om te verkassen naar New York, een stad waar zij nog nooit geweest was, met de bedoeling om daar op twaalf maanden tijd uit te pluizen of zij het in zich had een lezenswaardige debuutroman te schrijven. In de loop van dat jaar hield zij ‘uitgebreide dagboeknotities bij in een zwart-wit gemarmerd cahier’, waarin zij ook passages van die roman in wording neerpende. Dat schrift raakte vervolgens zoek en zou decennialang zoek blijven – tot S.H. het ‘drie maanden geleden’ terugvond toen zij bezig was haar dementerende moeder te verhuizen.
Dit laatste – dat terugvinden dus – stelt de vertelster in staat de lezer van Herinneringen aan de toekomst ten tweede te vergasten op de genoemde passages uit die soort-van-detective-roman in kwestie, maar vooral, ten derde, op de aantekeningen die zij als drieëntwintigjarige in 1978 en 1979 maakte over wat er zich in haar leven afspeelde, aantekeningen die deels een levendig tijdsbeeld schetsen van de New Yorkse discoperiode in etablissementen als Studio 54, en deels het even romantisch aandoende als schrijnende verhaal vertellen van de letterkunstenaar als jonge vrouw, compleet met half opgegeten broodjes die stiekem uit openbare vuilbakken gevist worden. In de eerste plaats, echter, handelen zij, die aantekeningen, over haar naaste buurvrouw in New York, een plusveertigjarige, Lucy Brite geheten vrouw die er niet bepaald geschift uitziet, maar wel elke avond een soort mantra opzegt dat als volgt gaat: ‘Rama, rama, arma, arme, ocharme, arme, arme, ocharme Lucy’. Soms onderbreekt zij haar gezang om lange monologen vol spijt, beschuldigingen, dood en mogelijk zelfs moord af te steken, of om weemoedige Ierse ballades te fluiten, wat wegens de besmettingsmacht van muziek bij de schrijfster nog het hardst binnenkomt. Sowieso is de reactie van S.H. dubbel: enerzijds schaft zij zich een radio aan om de betreffende klankenbrij te overstemmen, anderzijds vindt zij zichzelf vaak genoeg terug met een stethoscoop tegen de muur aan gedrukt… Het ‘auditief bespieden van mijn buurvrouw (…) verschafte me een wellustig plezier dat me voorheen onbekend was en dat ik nooit ben vergeten,’ lezen we, en verderop is er zelfs sprake van een ‘bijna erotisch gevoel’. Daarnaast biedt het teruggevonden cahier inkijk op de vele vrienden, vriendinnen en minnaars die de schrijfster in die periode had, en analyseert zij, zowel in het cahier als in wat ik daarnet het ‘hoofdboek’ genoemd heb, dus zowel op jonge als op latere leeftijd, zichzelf op het moment dat zij op een haar na verkracht werd in haar eigen appartement.
En daarmee houdt het niet eens allemaal op, want Herinneringen aan de toekomst is ook nog eens gelardeerd met tekeningen van Siri Hustvedt én kan gelezen worden als een rijk gestoffeerde ode aan Baroness Elsa von Freytag-Loringhoven, de dichteres die volgens Hustvedt degene was, de eerste, de enige echte, die een urinoir tot kunstwerk liet promoveren – Duchamp was een dief. Of dat laatste klopt of niet, durf ik uiteraard niet te zeggen, maar wel staat als een paal boven water dat Herinneringen aan de toekomst een prachtroman is. 

Herinneringen aan de toekomst van Siri Hustvedt is verschenen bij Uitgeverij De Bezige Bij

 

 

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts nodigen een ‘guest of honour’ uit en laten ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram