Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Waar leidt de weg naar de hel heen?

Waar leidt de weg naar de hel heen?Kunst & Cultuur

Lebowski Publishers

Dave Eggers, De Parade

Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit, zo heette het autobiografische, door en door Amerikaanse boek waarmee Dave Eggers in 2000 debuteerde, maar daarna schreef hij verschillende romans – denk onder meer aan Wat is de wat en Een hologram voor de koning – die zich afspeelden in de niet-Westerse wereld. En dat laatste is ook nu weer het geval met zijn nieuwe, kleine roman De parade, waarvoor blijkbaar niet minder dan vier vertalers nodig waren om de 144 pagina’s die hij lang is in het Nederlands over te zetten, maar waarin wij bovenal kennismaken met twee mannen, om veiligheidsredenen aangeduid met de codenamen ‘Vier’ en ‘Negen’, die van ‘het bedrijf’ de opdracht hebben gekregen in een niet nader genoemd land dat een jarenlange burgeroorlog achter de rug heeft en dat nog altijd miljoenen ontheemden, vluchtelingen en gehavenden telt een weg te asfalteren die het zeer achtergestelde zuiden met het meer welvarende en ontwikkelde noorden moet verbinden.

De bijzonder gesofisticeerde, gloednieuw ontworpen machine die zij daartoe gebruiken is ‘de rs-80’ genaamd, en het over een afstand van 230 kilometer onder handen nemen van de tweebaansweg in kwestie zou hooguit twaalf dagen in beslag mogen nemen, en geen dag langer. Aansluitend op de voltooiing van de weg, immers, zal er een parade plaatsvinden: ‘De processie, die vanuit de hoofdstad naar het zuiden zou trekken, moest een symbool zijn van het eind van de decennialange oorlog en het begin van de vrede en de welvaart die de nieuwe weg mogelijk zou maken.’

Lebowski Publishers
Dave Eggers

De twee mannen hebben hierbij welomlijnde, duidelijk van elkaar verschillende taken: Vier zit in de cabine van de rs-80, terwijl Negen geacht wordt om voortdurend met een quad vooruit te rijden en eventuele obstructies te signaleren, mensen van de weg af te jagen et cetera. Maar er zijn veel grotere en doorslaggevender verschillen tussen beiden. Voor Vier, die de afgelopen acht jaar verspreid over vier continenten meer dan zevenduizend kilometer asfalt heeft gegoten, is het zijn drieënzestigste opdracht, terwijl het voor Negen de allereerste keer is dat hij op pad wordt gestuurd. En dan is er ook en vooral nog de persoonlijkheid van de beide heren. Vier is een plichtsbewust en punctueel heerschap, dat zich om het zo te zeggen zo machinaal als mogelijk van zijn taak tracht te kwijten, precies zoals het bedrijf het graag wil. Negen, daarentegen, met zijn haar dat voortdurend zijn zicht belemmert en ‘honderd keer per dag moest worden weggestreken’, is een door Eggers ronduit geweldig geportretteerde zorgvrije nietsnut met het verantwoordelijkheidsgevoel van een losgeslagen, leeghoofdige tienerdie op een geleende motor over het strand scheurt’. Tot de begrijpelijke en gemakkelijk navoelbare maar juist daarom ook voor de lezer zeer vermakelijke frustratie van Vier geniet hij à volonté van de lekkere spijzen, de illegale alcohol en de vrouwen die hem in de loop der dagen worden aangeboden, waarbij hij bijna principieel – of zo lijkt het toch – aan elke vorm van verstandigheid voorbijgaat. Neem deze passage: ‘Vier dacht aan tyfus. Dit was een zeer riskant gebied en hij vond het een verschrikkelijke gedachte dat een van die kinderen waarschijnlijk iets zou oplopen van het spelen in dit soort water dat ze zo zorgeloos in elkaars mond spetterden. Waar konden ze heen als ze werden besmet? De dichtstbijzijnde artsen zaten in de hoofdstad. Een van de jongens, langer dan de andere, begon in de richting van de brug te zwaaien. Vier keek beter en zag dat het geen jongen was die zwaaide maar een man. Een magere man met lang haar. Het was Negen.’

Een frisse, zeer geestige uitwerking van Sartres 'L'enfer, c'est les autres'.

Wie ooit met iemand heeft samengewerkt, onder welke omstandigheden ook, zal De parade zeer herkenbaar vinden, kortom, maar het boek is meer dan een frisse, zeer geestige uitwerking van Sartres ‘L’enfer, c’est les autres’. Zeker naarmate het verhaal vordert, lijkt het er meer bepaald sterk op dat Eggers een soort van parabel heeft willen schrijven, een soort van allegorie – een indruk die onder meer wordt gewekt door het feit dat de verhaallijn even kaarsrecht is als de weg die in het boek wordt aangelegd en die uiteindelijk hetzelfde lot beschoren zijn zal als alle wegen die met goede bedoelingen zijn geplaveid. Maar wát hij dan juist, Dave Eggers, aan de lezer mededelen wil, en wat de lezer dan precies zou moeten aantreffen op de dubbele bodem van dit verhaal, is een heel pak minder zonneklaar, iets wat hem door een aantal critici, bijvoorbeeld in The Sunday Times, is kwalijk genomen. Zelf was ik echter opgelucht dat het glasheldere boek uiteindelijk alsnog aan duidelijkheid te wensen overliet. Mulisch schreef in naam van alle grote schrijvers: ‘Wij zijn jullie boodschappenjongens niet!’ En dat geldt gelukkig dus ook voor Dave Eggers in zijn prachtige nieuwe roman De parade.

Christophe Vekeman

'De parade' van Dave Eggers is verschenen bij Lebowski Publishers
Uit het Engels vertaald door Lucie Schaap

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Gerrit Valckenaers

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram