Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Wijdlopend lezen.

Wijdlopend lezen.Kunst & Cultuur

Gudrun De Geyter las voor Pompidou het eerste nummer van DNBG, de Nederlandse Boekengids.
Cover van DNBG#1

Cover van DNBG#1

Dit splinternieuwe Nederlandstalige tijdschrift over non-fictieboeken knipoogt naar grote overzeese voorbeelden als the NYRB. Al klinkt ‘De Nederlandse boekengids’ natuurlijk niet als ‘The New York Review of Books’. De frivole voorkaft waarop een porseleinen rund omringd wordt door gladde en kleurige bloemenmeisjes moet een ironische allusie zijn op het continent Europa, want er staan namen van Europese steden op gedrukt die van een geografische kaart lijken doorgedrukt. En heeft Zeus zich in de verhalen van Ovidius niet ooit vermomd als stier om nimf Europa te verkrachten? De inhoud van dit nummer gaat dan ook over steden en migratie.

 

Cover van The Ancient History of Rome - Mary Beard
Cover van The Ancient History of Rome - Mary Beard

Rome is weer in, lees ik in dit tweemaandelijkse tijdschrift over boeken. Het oude Rome verwelkomt de vreemdelingen. Classicus David Rijser ziet het als een mogelijke verklaring. Hij onderzoekt hoe onze moderne samenleving zich verder ontwikkelt door zich telkens anders te verhouden tot de klassieke oudheid. De Duitse idealisten koesterden een zich ver uitbreidende liefde voor het oude Griekenland. Maar nu haalt Rome het dus van Griekenland. Er verschijnen veel boeken, dat van Mary Beard is er één van. De Romeinse geschiedschrijving gebruikt overigens het woord asylum voor de schone lei die Romestichters Romelus en Remus beloofden aan nieuwkomers.

De Poolse stad Vroclàw mag zich dit jaar Europese cultuurstad noemen. Het is de voormalige hoofdstad van Silezië, dat voor de tweede wereldoorlog in het oosten van Duitsland lag, en Breslau heette. De Poolse stad heeft onder het Sovjet-regime verwoed gepoogd om die Duitse aanwezigheid weg te poetsen en zijn geschiedenis in Poolse zin te herschrijven. De laatste decennia is er weer meer aandacht voor de Duitse geschiedenis van de stad. Dat laat zich niet alleen in het stadsbeeld aanzien maar ook in de populariteit van Eberhard Mock, een literaire detective, die het gat in het (Duitse) collectieve geheugen dicht.

Het gaat ook over het huidige Parijs, meer bepaald over de enorme ‘gap’ tussen zijn pit en zijn schil, de banlieues, die overigens veel omvangrijker zijn.

Tekening van Parijs en zijn banlieues, gearceerd volgens politieke overtuiging
Parijs en zijn banlieues, gearceerd volgens politieke overtuiging

Het interessante aan de essays is dat ze meestal twee of meerdere boeken met elkaar vergelijken. Zo zet stadsessayiste Tracy Metz een boek over de geschiedenis van de stoep af tegen Jane Jacobs klassieker,The death and life of great american cities uit 1961. Jane Jacobs spreekt daar over het sociale leven op straat als een ontmoetingsplek tussen het private en het openbare in. Ze heeft het over een ballet met telkens nieuwe improvisaties. Zouden wij overigens niet veel liever een geschiedenis van het trottoir lezen dan die van een stoep? ‘Lost city’ is wel de meest bizarre stad die in dit nummer ter sprake komt. Het gaat om een hoop niet rokende witte schoorstenen die ergens uit de Atlantische oceaan oprijzen. In die roerloze stalactieten zou de oorsprong van het leven op aarde te vinden zijn. Nog mooier zou het zijn geweest indien we daar ook beeld van hadden gezien. Want dit nummer is met mooie kleurenfoto’s geïllustreerd. De aantrekkelijke bladspiegel en uitgelichte quotes uit de tekst, ‘streamers’, zoals dat in het krantenjargon heet, maakt het lezen aangenaam.

De verscheidenheid aan onderwerpen komt tegemoet aan lezers met een wijdlopende nieuwsgierigheid. En dat sluit aan bij de bedoeling van de makers om vele kennisgebieden bij elkaar te brengen. Daarbij gaat het niet alleen over wat er in nieuwe boeken staat, het gaat ook over het maken en bewaren van boeken zelf. Zoals – vreemd genoeg- in dit nummer, een bijdrage over de bibliotheek van de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. Zuid-Korea zou sinds de 18de-eeuw al een vorm van ‘printing on demand’ hebben gekend. Boeken die door de staat in losse letters werden gedrukt, konden door de provincies opnieuw gedrukt worden met behulp van uitgesneden houtblokken.

Schrijver en boekhandeldirecteur Maarten Asscher vraagt zich naar aanleiding van Emmanuel Querido af hoe het komt dat enkele van de meest succesvolle literaire uitgevers in de afgelopen eeuw ballingen waren. Als tegenvoorbeeld noemt hij Umberto Eco die met ontevreden Italiaanse uitgevers net een nieuwe uitgeverij had opgericht : la nave di Teseo. En hij vraagt zich af waar de exil-uitgeverij blijft die opkomt voor de vrijzinnige Arabische intellectuele cultuur. Het is duidelijk dat dit nummer is gemaakt toen Umberto Eco nog leefde want er is veel aandacht voor de intellectuelen van onze tijd, zij het vooral voor dode intellectuelen. De vraag of Michel Foucault een neoliberaal was of niet, bijvoorbeeld. Over de longe durée  van de Franse historicus Jacques Le Goff, die in zijn postume boekje vraagt of het een goed idee is om de tijd in periodes op te delen. Of over Britse ideënhistoricus van Russisch-joodse afkomst, Isaiah Berlin.
Over joodse familiegeschiedenissen schrijft Marja Vuisje, de auteur van ‘ons kamp’. Naar aanleiding van Ian Buruma’s nieuwe boek over zijn grootouders die naar Engeland uitweken en zich zeer Engels voelden, vraagt ze aandacht voor de verscheidenheid in de joodse migratieverhalen.

 

Temple Grandin en koe
Temple Grandin en koe

En tenslotte keert het rund nog een keer terug in een stuk van filosoof Hendrik-Jan Bakker over altruïsme, met een foto waarin de Amerikaanse dierendeskundige en autiste Temple Grandin poseert met een koe. Overigens had dit nummer wel wat meer Vlaamse auteurs mogen omarmen. Hopelijk brengt mede-uitgever Harold Polis daar snel verandering in. Ook met beloofde interviews is dit eerste nummer van het boekentijdschrift bijzonder zuinig geweest. Maar daar staat tegenover dat het tijdschrift heel wat signalementen en vooruitblikken bevat waar je wat van opsteekt. Dat bomen hersenen hebben bijvoorbeeld en netwerken onder de grond. DNGB #1 smaakt naar meer.

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn en Nicky Aerts brengen uiteenlopende gasten rond de tafel onder het motto ‘Alles voor de kunst!’

Presentatie: Chantal Pattyn / Nicky Aerts

Samenstelling: Vincent Goris

Contact: via de reageerknop in de Klara-app of via pompidou@klara.be

Van maandag tot en met donderdag, telkens van 17 tot 18 uur op Klara, klara.be en de Klara-app.
Nadien is de uitzending nog 2 weken lang te herbeluisteren via de site en de app.

En Pompidou kan ook gedownload worden als podcast. Zo kan u een uitzending steeds bewaren voor later.

Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Facebook
Klik hier en bekijk wat Pompidou te bieden heeft op Instagram